Blog

Vragen zijn belangrijker dan antwoorden (1)

15 OKTOBER 2017

Het kunnen stellen van de juiste vragen is een kunst en is bijzonder belangrijk. Vaak richten wij ons meteen op het zoeken naar antwoorden, maar het loont de moeite om even stil te staan bij de vraag, zonder direct naar de antwoorden te gaan zoeken. De situatie waarin wij leven, de mogelijkheden om onze situatie te verbeteren en de mogelijkheden voor onze eigen ontwikkeling worden vastgehouden in een onderliggende vraag. Meestal zijn wij deze vraag alweer vergeten en worden wij in beslag genomen door de ‘waan van de dag’.

Als wij iets willen leren is het essentieel dat wij de juiste vraag leren stellen. Het stellen van de vraag opent ons als het ware om kennis tot ons te laten komen. Wij worden dan ontvankelijk voor het antwoord. Een voorbeeld kan dit misschien illustreren. We hebben allemaal wel een meegemaakt dat mensen ons ongevraagd advies geven. Heel vaak leidt dit tot een bepaalde irritatie, ook al is het een goed advies. Heel anders is het als je eerst een vraag stelt en vervolgens geeft iemand je een advies. Het stellen van de vraag maakt dat je bereid bent om het antwoord aan te horen. Niet voor niets wordt in de filosofie gezegd dat je mensen moet uitnodigen om vragen te stellen of dat je mensen moet ‘verleiden’ om vragen te stellen. Pas dan kan het spel beginnen!

Er zijn heel veel verschillende vormen van vragen en de antwoorden die gevonden kunnen worden zijn erg afhankelijk van de kwaliteit van de vraag. Hoe belangrijk dit is wordt prachtig beschreven door Rainar Maria Rilke in zijn brieven aan een jonge dichter Kappus. Hier een stukje uit een brief uit 1903.


Mijn beste Kappus, ik heb een brief van u lang onbeantwoord gelaten, maar niet omdat ik hem zou zijn vergeten – integendeel, hij behoorde tot die welke je herleest als je ze tussen je brieven aantreft, en ik zag u erin als van heel dichtbij. Het was de brief van 2 mei, u herinnert zich die beslist. Als ik hem, zoals nu, in de diepe stilte van deze afzondering lees, dan ontroert uw bewonderenswaardige zorg om het leven mij nog méér dan ik al in Parijs heb ervaren, waar alles anders op- en verklinkt vanwege het enorme lawaai dat de dingen aan het trillen brengt. Hier, omringd door een geweldig groot land waar vanuit de zeeën de winden overheen gaan, hier voel ik dat op die vragen en gevoelens, die diep in zichzelf een eigen leven hebben, geen enkel mens u kan antwoorden; want ook de besten gebruiken verkeerde woorden als ze iets heel subtiels en bijna onzegbaars moeten uitdrukken. Maar desondanks hoeft u volgens mij niet van een oplossing verstoken te blijven als u zich houdt aan dingen welke een gelijkenis vertonen met die waaruit mijn ogen op dit moment nieuwe krachten putten. Als u zich houdt aan de natuur, aan de eenvoud in de natuur, aan het kleine dat vrijwel niemand ziet en dat zo plotseling het grote en onmetelijke kan worden; wanneer u die liefde voor het geringe bezit en heel bescheiden, als een ondergeschikte, het vertrouwen probeert te winnen van datgene wat pover lijkt, dan zal alles eenvoudiger, meer een eenheid en op de een of andere manier aanvaardbaarder voor u worden – misschien niet voor uw verstand, dat vol verbazing achterblijft, maar wel voor uw diepste bewustzijn, wakker-zijn en weten. U bent zo jong, in het leven nog zo onervaren, dat ik u, mijn beste, zo goed ik kan zou willen vragen geduld te hebben met alles wat in uw hart nog niet tot een oplossing is gekomen en te proberen de vragen zelf lief te hebben als voor u ontoegankelijke kamers en als boeken die in een volkomen onbekende taal zijn geschreven. Zoek nu niet naar de antwoorden die u niet gegeven kunnen worden, omdat u niet in staat zou zijn ze te leven. En het gaat erom alles te leven. Leef nu uw vragen. Misschien leeft u dan gaandeweg, ongemerkt, op een dag in een ver verschiet het antwoord binnen. Misschien immers bezit u de gave om iets uit te beelden, in een vorm te gieten, als een bijzonder gelukkige en zuivere wijze van leven; ontwikkel die gave – maar aanvaard wat komt in groot vertrouwen, en komt het alleen voort uit uw wil, uit een of ander innerlijk leed, neem het dan voor uw verantwoording en haat niets[1].

De Indiase Upanishads behoren tot te oudste geschriften van de Indiase traditie en zij draaien vaak rondom één of meerdere belangrijke levensvragen.

De Kena-upanishad heeft bijvoorbeeld als centrale vraag: ‘Wat heeft mijn geest op jacht doen gaan? Wat heeft mijn leven doen beginnen?’

De Katha-upanishad beschrijft de dialoog van de jonge Naciketa en de Dood. Naciketa mag drie gunsten vragen aan de Dood en de derde is een zeer diepe vraag. De Dood probeert uit alle macht om Naciketa iets anders te laten vragen, maar Naciketa houdt voet bij stuk. Zijn vraag is: ‘Als een mens sterft, bestaat er deze twijfel: sommigen zeggen dat hij leeft, anderen zeggen dat hij niet leeft. Door uw onderricht zou ik dit graag willen weten’.

De Prashna-upanishad beschrijft de vragen van zes leerlingen aan de wijze Pippalâda. De eerste vraag die gesteld wordt is : ‘Heer! Wie schiep alle dingen?’

We hoeven niet tot de oudste filosofische literatuur terug te gaan om de aard en diepte van de kunst van het vragen te onderzoeken. In de beroemde rede van het Indianenopperhoofd Seattle zit ook een diepe vraag. In zijn rede die gehouden werd omdat hij de strijd tegen de blanken verloren had, zit op een een vraag die nu nog niets van zijn actualiteit verloren heeft. Hij vraagt aan de blanke overwinnaars: ‘wat vertellen jullie je kinderen opdat zij vol verlangen uitzien naar de dag van morgen?’
 
Deze diepe vragen die hier bedoeld worden kunnen niet m.b.v. de rede beantwoord worden. Zij gaan veel dieper en als we goed kijken worden zo ook niet beantwoord in het gewone zin van het woord. Ze komen meer tot rust dan dat ze beantwoord worden. De rede, ons verstand kan maar weinig met dit type vragen. Meditatie is een veel geschiktere manier om door te dringen tot de kern van de vraag. Het toont ons de diepe emotie waaruit de vraag voortkwam. Dezelfde vraag kan uit verschillende emoties voortkomen en de ‘antwoorden’ die gegeven kunnen worden en die tot gevolg hebben dat de vraag tot rust komt is sterk afhankelijk van het diepe emotionele veld dat ten grondslag ligt aan de vraag.

De kunst is de vragen ‘heel’ te laten en niet te snel genoegen te nemen met een oppervlakkig antwoord. Mediteren op vragen betekent de vraag met je mee te nemen en de geest te laten rusten of te laten dobberen op de vraag en heel stil, zonder er met je vingers aan te zitten, te schouwen wat er in de geest gebeurt. Er zijn verschillende technieken die gebruikt kunnen worden, maar zij hebben allen gemeen dat je een relatie met de vraag aangaat en dat aan de ene kant je dieper doordringt in het emotionele veld van waaruit de vraag oprijst en aan de andere kant de vraag als een levende realiteit voelt die je eigen manier van kijken en functioneren verandert.

Volgende keer zal ik een stukje schrijven over hoe vragen de ontwikkeling van een mens diepgaand kunnen beïnvloeden. Ik zal hiervoor de ontwikkeling beschrijven van Arjuna, de hoofdfiguur uit de Bhagavad Gita, aan de hand van de vragen die hij stelt. De Bhagavad Gita beschrijft een proces dat ook ons proces is. Het leren de juiste vragen te stellen is dan ook voor onze eigen ontwikkeling van groot belang.



[1] Rainar Maria Rilke, Fragment uit de brief van 16 juli 1903, Uit: Brieven aan een jonge dichter


Auteur: Mehdi Jiwa

<< terug naar blog overzicht