Twee benaderingen van de Meditatie

Nu meditatie steeds bekender wordt in ons deel van de wereld en steeds meer wordt gewaardeerd, is het misschien goed om even stil te staan bij de verschillende benaderingen of uitgangspunten van de verschillende methodes. Ruwweg kan je stellen dat er twee benaderingen zijn die in verschillende methodes gebruikt worden. Voordat we verder gaan, moeten we ons goed realiseren dat de ene benadering niet beter is dan de andere, maar dat beide hun plaats hebben. Om de twee benaderingen goed te kunnen begrijpen, is het van belang dat we even stil staan bij de verschillende lichamelijke centra die van belang zijn bij de meditatie.

Klassiek zouden we ze als volgt kunnen afbeelden:

Drie centra in ons lichaam zijn van belang: het hoofd, de zetel van onze geest, het hart en een centrum in onze buik/bekken. Daarnaast is er vierde centrum dat afgebeeld kan worden boven het hoofd.

De betekenis van de centra wordt in de grote tradities op verschillende manieren beschreven. Een selectie van de meest voorkomende omschrijvingen is weergegeven in de bovenstaande figuur.

De vraag is nu hoe de meditatie kan worden benaderd. Ruwweg zijn er twee benaderingen: één die vanuit het hoofd (de geest) de meditatie opbouwt en één die vanuit de onderbuik/ bekken de meditatie opbouwt. De methodes die in het Westen gebruikt worden, gaan meestal uit van de eerste benadering: de geest staat centraal en is ‘in de lead’. Het proces  van de meditatie start met het ontspannen van het lichaam en het toezien op de gedachten en gevoelens, gevolgd door het verstillen van de geest en zo door. Tijdens dit proces maak je als vanzelf contact met je diepe ambities, gevoelens, motieven etc. die toegedicht worden aan het hartcentrum. Parallel aan dit proces is het ‘zich openstellen voor het hogere bewustzijn’ waarbij je gevoelig wordt voor de fijne van het bewustzijn die wij kennen als intuïtie en inspiratie. Schematisch kunnen we het als volgt voorstellen:

Hoewel deze benadering aan veel methodes en systemen ten grondslag ligt en in de praktijk goed werkt, kleven er een paar risico’s aan die m.n. in onze huidige tijd aandacht behoeven. Omdat bij deze methode de geest zo’n centrale rol vervult, is het gevaar niet denkbeeldig dat ons ego aan de haal gaat met de meditatie. Gedachten als ‘ik mediteer en ben mij aan het ontwikkelen’,  of ‘ik mediteer en het gaat goed met mij’, etc. komen gemakkelijk op.

De tweede benadering gaat uit van het ‘zich vestigen in de kracht die diep in jezelf aanwezig is’, nl. het ‘diep zitten’. Vanuit de verbinding met deze diepe kracht, wordt het hartcentrum geraakt en vervolgens het hoofd en het hogere bewustzijn. Het begint allemaal met verbinding maken met je diepe, innerlijke fundament. Schematisch kunnen we het als volgt weergeven:

Beide benaderingen hebben hun waarde, maar het is nuttig om ze beide te overwegen in de context van de plaats en tijd waarin wij leven. In een samenleving waarin ons hoofd zo ‘vol’ is, kan het nuttig zijn om meer aandacht te geven aan de benadering van de meditatie die opgebouwd wordt vanuit de innerlijke kracht die diep in ons aanwezig is. Bovendien kan meditatie op zichzelf niet voorkomen dat ons ego groeit en is het daarom wellicht ook verstandig om niet primair vanuit het hoofd te mediteren, maar vanuit de diepe kracht die in ons aanwezig is.

Binnekort worden er studiedag over dit thema gegeven: zie Meditatiebij het verwerken van verdriet en pijn en de studiedag concentratie, meditatie en smaâdhi.

Als je vragen of opmerkingen hebt: stuur mij een mailtje:

info@filosofieenmeditatie.nl

Mehdi Jiwa