Meditatie als puls

Van een lineair pad naar de levende beweging van de lemniscaat

Meditatie wordt vaak geassocieerd met rust en concentratie.
Voor veel mensen is het een manier
om even afstand te nemen van de drukte van het dagelijks leven.
Maar wie langer mediteert, ontdekt dat meditatie meer is dan een techniek.
Het is een manier om het leven zelf anders te ervaren.

Door de geschiedenis heen werd meditatie meestal beschreven als een pad.
Een weg waarop de mens zich ontwikkelt:
van onrust naar stilte, van verwarring naar inzicht.
Dit beeld past goed bij het wereldbeeld dat eeuwenlang dominant was.
Ontwikkeling werd gezien als een beweging
van begin naar eindpunt –
een rechte lijn.

Ook in de manier waarop meditatie in het lichaam werd beschreven,
zien we dit lineaire denken terug.

In veel tradities spelen drie centra
in het menselijk lichaam een belangrijke rol.

Het bekken vormt het fundament.
Hier ligt de bron van levensenergie.
In de Indiase traditie spreekt men over prana,
in de Chinese traditie over qi,
en in de Japanse zen over de hara.

Het is het centrum van gronding en vertrouwen –
wat in het Sanskriet aangeduid wordt met het woord śraddhā.

Het hart vormt het midden.
Hier ontmoeten gevoel en rationele kennis elkaar.
Het hart staat voor verbinding –
met onszelf, met anderen en met het leven.

Het hoofd staat voor helderheid en inzicht.
Hier ontwaakt het vermogen tot onderscheidingsvermogen,
dat in de Indiase filosofie viveka wordt genoemd.

Wanneer deze helderheid zich verdiept,
kan zij zich openen voor prajñā:
een vorm van diep inzicht die verder gaat dan denken
en meer lijkt op een innerlijk weten.

In veel spirituele systemen wordt meditatie daarom voorgesteld
als een beweging van beneden naar boven:
van levensenergie via het hart naar inzicht.

Dit model heeft veel waarde gehad.
Maar het blijft verbonden met een lineaire manier van kijken.

Veel beoefenaars ontdekken na verloop van tijd dat meditatie
zich niet alleen als een weg ontvouwt, maar ook als een ritme.

Levensenergie stijgt op naar bewustzijn.
Bewustzijn verdiept zich in inzicht.
En dat inzicht keert weer terug naar het hart en naar het leven.

Meditatie wordt dan geen klim naar een hoger niveau,
maar een puls van bewustzijn.

In plaats van een rechte lijn ontstaat
een beweging die steeds opnieuw terugkeert.

Een bijzonder mooi symbool voor deze beweging is de lemniscaat –
het liggende teken van oneindigheid.

De lemniscaat laat zien dat ontwikkeling niet alleen vooruitgaat,
maar ook terugkeert.
De twee lussen van het symbool houden elkaar in evenwicht
en ontmoeten elkaar in het midden.

In dat midden ontstaat de puls.

De lemniscaat helpt ons te zien dat bewustzijn
zich niet alleen omhoog beweegt,
maar ook weer terugkeert naar zijn bron.

Wanneer we de drie energiecentra plaatsen
in het beeld van de lemniscaat,
ontstaat een nieuwe manier om meditatie te begrijpen.

In de rechter lus ligt het centrum in het bekken.
Hier rust de levensenergie.
Hier ervaren we gronding en vertrouwen – śraddhā.

Vanuit deze bron stijgt de energie op.

In de linker lus ontwaakt het bewustzijn in het hoofd.
Hier verschijnt viveka – het vermogen om helder te zien.
Hier kan ook prajñā ontstaan:
inzicht dat niet alleen door denken wordt voortgebracht,
maar als het ware wordt ontvangen.

In het midden ligt het hart.
Hier ontmoeten beide bewegingen elkaar.

Het hart vormt het centrum van vereniging.

Vanuit het bekken stijgt de energie naar bewustzijn.
Vanuit het hoofd keert inzicht terug naar het hart
en vanuit het hart stroomt het weer terug
naar de bron van leven.

Meditatie wordt zo een ritmische beweging van bewustzijn.

Wanneer meditatie zo wordt ervaren, verandert ook onze houding.

Meditatie is dan niet alleen een methode om rust te vinden.
Het wordt een manier om deel te nemen
aan het ritme van het bestaan.

Vanuit het vertrouwen van het bekken
ontwaakt de helderheid van het hoofd
en in het hart komen beide samen.

Zoals de lemniscaat laat zien:

Misschien is meditatie uiteindelijk
niet een weg die we moeten afleggen,
maar een beweging die we leren herkennen.

Een stille puls waarin leven en bewustzijn
elkaar steeds opnieuw ontmoeten.

Zoals de lemniscaat laat zien:
wat ontstaat,
keert ook weer terug naar zijn bron.

Wil je reageren op deze blog?
Stuur een mailtje