Wat heb ik eraan?

De grote filosofische systemen uit Oost en West hebben een aantal dingen met elkaar gemeen. We kunnen dit de universele wetten of principes noemen die in alle systemen aanwezig zijn en die ook vandaag de dag nog springlevend zijn. Eén steekt er met kop en schouders bovenuit: we moeten loskomen van onze egoïstische en egocentrische motieven.

Menselijke ontwikkeling is het thema en menselijke ontwikkeling is mogelijk en noodzakelijk. Er is echter een voorwaarde aan verbonden. Normaal gesproken zijn wij continu bezig met de vraag: ‘wat heb ik er aan?’, ‘what’s in it for me?’ En als we het iets groter maken: ‘wat heeft mijn gezin er aan?’ Hoe invoelbaar ook, er is geen levensfilosofie die een dergelijke innerlijke houding niet ziet als het grootste obstakel voor onze menselijke ontwikkeling en menselijke evolutie. Wij moeten ons hoe dan ook bevrijden van het egocentrisch wereldbeeld waarin wij gevangen zitten.

Dit egoïstische en egocentrische wereldbeeld maakt dat wij altijd uitgaan van een tekort of bang zijn te verliezen wat we hebben. Steeds weer proberen we zekerheden in het leven in te bouwen en voortdurend is het: ‘ik eerst’.  Zodoende is het niet verwonderlijk dat de grote vraagstukken in de wereld t.a.v. armoede en rijkdom, milieu kwesties, ouderenzorg, gezondheidszorg etc. niet opgelost kunnen worden. Net als wij zitten de beleidsmakers en regeringsleiders gevangen in hetzelfde paradigma. Er wordt gesproken over een ‘betere wereld’, maar meer dan woorden zijn het niet. Een kleine groep mensen heeft bijna al het bezit in handen en weigert het te delen met anderen. Het oprukkend populisme is niet meer dan een loot die voortgebracht wordt door de wortel die egoïsme en egocentrisme heet.

Vaak wordt gedacht dat bepaalde spirituele disciplines, b.v. meditatie, het probleem van het vastzitten aan een egoïstisch wereldbeeld kunnen oplossen. Helaas is het toch iets gecompliceerder dan dit. Meditatie is net als iedere andere handeling verbonden met de innerlijke motieven. Als onze innerlijke mantra ‘greed is good’ is, is er weinig hoop dat meditatie ons in deze gaat helpen. Meditatie is bijzonder nuttig, maar het is niet de eerste stap. In de leer van Boeddha en die van Patanjali, bijvoorbeeld is meditatie het 7e aspect van een achtvoudig systeem. Er zijn dus heel wat stappen te zetten voordat wij op het niveau van de meditatie aankomen. Het ‘zuiveren van de innerlijke motieven’, waarmee bedoeld wordt het loskomen van de egoïstische motieven en het loskomen van leven vanuit een tekort, is een belangrijke randvoorwaarde voor menselijke ontwikkeling. Kennis, begrip en het ontwikkelen van een gevoel van verbondenheid met de gehele schepping zal moeten worden ontwikkeld, anders komen wij niet tot een betere, harmonieuzere wereld.

Het nemen van onze toevlucht tot spirituele disciplines zonder kritisch te kijken naar de innerlijke motieven die de drijfveer zijn in ons leven, is niet zonder risico. In de Indiase traditie is hierover een beroemd verhaal, dat ook een belangrijke boodschap in zich draagt voor onze tijd: de Ramayana. Het verhaal gaat over prins Rama die getrouwd is met Sita. Sita wordt geschaakt door het ‘grote kwaad Ravana’ en Rama begint een zoektocht naar zijn vrouw die uiteindelijk resulteert in een oorlog waarin Ravana verslagen wordt en de wereld bevrijd wordt van een groot kwaad. Het lijkt op een sprookje, maar er zit veel diepgang in het verhaal. Om dit verhaal te begrijpen is het belangrijk je te realiseren dat Ravana misschien het grote kwaad vertegenwoordigt, maar je mag niet vergeten dat hij ook een groot yogi is die zeer vertrouwd is met de spirituele disciplines en die ze ook diepgaand heeft bestudeerd en beoefend. Echter, zijn motieven zijn alles behalve zuiver en al zijn kracht en bewustzijn worden gebruikt voor zijn eigen gewin, zonder rekening te houden met het welzijn van anderen. Dit bracht de grote Wet, de dharma, in gevaar en dit moest gecorrigeerd worden. Dit is één van de diepere betekenissen van de Ramayana. Goed om te weten dat een poëtische omschrijving van het begrip dharma is: ‘dat wat alle wezens ondersteunt’.

Ik sluit mij graag aan bij de woorden van de 15-jarige Zweedse scholiere Greta Thunberg die op de laatste klimaattop de verschillende wereldleiders in krachtige woorden heeft toegesproken. In mijn woorden: als wij niet in staat zijn onze innerlijke motieven te veranderen, dan kunnen we praten wat we willen, maar dan zal er bar weinig veranderen in de wereld. Een nieuwe generatie mensen met andere innerlijke motieven dan de onze, is een vereiste om de noodzakelijke veranderingen in de wereld voor elkaar te krijgen. Oftewel: wij moeten met hart en ziel bereid zijn om de handschoen op te pakken en vanuit andere innerlijke motieven te werken aan een betere en eerlijkere wereld. (Klik op de foto voor haar toespraak).

Koken met Rumi: een verslag

Je kunt je afvragen wat heeft koken met de grote soefi dichter Jalal ad-Din Rumi te maken? Waar ligt het verband? Nou, dat is er echt!

Rumi leefde van 1207-1273. Hij was filosoof en dichter van Perzische afkomst. Hij was de leidende figuur van de soefibeweging in Konya, het huidige Turkije.  Als men wilde intreden bij deze beweging behoorde men in de eerste fase 1001 dagen de keuken werkzaamheden te verrichten voordat men verder tot de broedergemeenschap kon toetreden.  Men moest in de keuken de ‘transformerende kracht van het keukenvuur leren kennen en beheersen’.

Terugkijkend op een zeer geslaagd en succesvol ‘experiment’ kunnen we wel stellen dat Koken met Rumi heel veel met de essentie van filosofie en meditatie te maken heeft.

Deze dag hebben wij ons laten inspireren door de ‘mantra’ die Rumi omarmde:  “Wees gekookt, wees gebrand en wees lofzang!”
Zo zijn we aan de slag gegaan. Niet direct met de handen uit de mouwen om rap een maaltijd creëren. Want niet alleen de ingrediënten in de pannen moeten gekookt worden om tot een smakelijke maaltijd te worden, maar  wijzelf, de ‘koks’, zijn ook een belangrijk ingrediënt van de maaltijd.

Allereerst zijn we rustig kennis gaan maken met de 20 belangrijkste kruiden die gebruikt gingen worden in de gerechten. Zo zijn er kruidenmengsels gemaakt voor de Engelse kerrie gemaakt, Garam masala en Tandoori masala. In alle rust en ontspannen sfeer werd er geconcentreerd gemalen, gemengd, geproefd en geroken aan de gemaakte mengsels en de nodige tips en tricks gedeeld. De kookgroep bestond uit 6 deelnemers, de Chef de cuisine en ikzelf als rechter hand van de chef.

‘Wees gebrand’ vraagt zeker om precisie, ook van de kok, anders wordt het aan-gebrand’.

De gerechten werden al in de ochtenduren gemaakt omdat, volgens de Chef, alle ingrediënten de tijd moeten krijgen om samen te komen en te verenigen.

In de middag was er ruimte om te ontspannen. Vervolgens hebben we een thee-proeverij gekregen waarbij ook weer de rust en ruimte om te kunnen proeven werd geboden.  Thee die ook weer de tijd moet krijgen om de verschillende kruiden, zorgvuldig bijeen gezocht, tot een eenheid te brengen.

Voor dat wij aan de Bekroning van de dag – de Lofzang – gingen beginnen was de vraag aan e

en ieder wat deze dag hem/haar tot nu toe had gebracht.  In grote lijnen werd toch teruggegeven dat het zo heerlijk was om

in alle rust met het ‘eten klaarmaken’  bezig te zijn geweest. Totaal zonder haast en de druk van de dag, ontspannen. En ook de  ervaring van de herwaardering van het voedsel en de producten. Niets kant-en-klaar uit de zak, hop in de pan, maar te schillen, te snijden, te hakken en te voelen welk product je in handen had.  Een streling voor het hart en de zintuigen dus. En natuurlijk ook de smaakpapillen toen de maaltijd genuttigd mocht worden.

Je kunt dus wel zeker zeggen dat de filosofie en de meditatie terug te vinden was op onze borden want de maaltijd was TOP!  We hebben allen genoten van de palak paneer, de bloemkool aardappel-curry, de kerrie met kousenband-wortel, de vega-balletjes in tandoori-saus, de raita, de rijst en de toegevoegde roti maakten het helemaal af.

Niks ‘experiment’, dit was een succes.

Rietje Pool

 

 

De kracht van thee

J.A. Der Mouw, deel II

Bent u daar nog, lezer? We verlieten elkaar de laatste keer met een belofte mijnerzijds, jazeker, dat ik u heel even zou laten kijken naar de wereld door de bril van J.A. dèr Mouw, de wetenschapper die de Upanishads als een van de eersten las. Het is een verhaal om van te smullen, beloofde ik, en dat is het ook.

Volgend jaar is het honderd jaar geleden dat Dèr Mouw de inzichten die hij kreeg na lezing van de Upanishads en vooral het gevoel dat hem daarbij overviel neerlegde in twee bundels met een paar honderd…..gedichten. Volg je (bv. in de brieven van Dèr Mouw aan Frederik van Eeden) de opwinding van Dèr Mouw, diens groeiende besef dat het dan toch niet voor niets is geweest, dat hij ziek is maar dat hij zijn leven op een wijze kan afsluiten die voor hem bevrijdend is en die hem een antwoord geeft op zijn diepste zijnsvragen, volg je bovendien (in bv. diezelfde correspondentie tussen Dèr Mouw en van Eeden) de verbijstering van de gearriveerde poëet over de kwaliteit van het werk dat Dèr Mouw hem stuurde, dan zie je onmiddellijk dat zich hier een spectaculair proces afspeelt: de een – een wiskundige, een classicus, een filosoof en wat was-ie eigenlijk niet – die ineens heeft beseft dat hij nu pas een vorm heeft gevonden voor de expressie van zijn diepste wezen, en die daarvoor ook de dank en vooral de bevestiging kreeg van de ander. Der Mouw keek huizenhoog op tegen Van Eeden (wat een grote charme heeft, vooral omdat het gaat gepaard met een rotsvaste overtuiging van zijn eigen meesterschap), hij vraagt hem de hemd van het lijf over uitgevers en de contracten die ze bieden, en hij vaart zo goed als blind op diens adviezen over de belangrijkste verzen die hij met prioriteit zou moeten publiceren in de toen al zo illustere Groene Amsterdammer.

Jazeker, de grote wetenschapper maakt plaats voor de dichter. Hij ziet dat zijn inzichten over de Upanishads niet zijn te formuleren in een wetenschappelijke verhandeling, die immers uitgaat van bepaalde en wellicht ook (zeker toen) cultureel bepaalde principes. Hier zijn veel meer woorden over geschreven dan ik hier ook maar zou kunnen suggereren, maar het lijkt hem o.m. te zitten in het idee dat de samenhang tussen het individu en de wereld om hem heen veel intiemer en veel meer met het wezen van de individuele mens te maken heeft dan wij denken.

Dèr Mouw probeert het te verklaren, in zijn filosofische werk, maar je krijgt last van plaatsvervangende benauwdheid als hij cirkeltjes blijft draaien – een piloot die heeft geleerd om te vliegen, maar die – als hij de machine aan de grond moet zetten – werkelijk geen idee heeft hoe dat moet: “De psychologische onderzoekingen van de laatste tijd hebben het bestaan bewezen  van het onderbewuste,” schrijft hij in 1916 in een dramatisch essay (Misbruik van mystiek) “hoe diep dit reikt is nog niet vastgesteld, maar aan de existentie ervan is niet meer te twijfelen.” Waarna hij ons meeneemt langs de psycho-analyse, het spiritisme, de hypnoseleer en uiteindelijk moet ook hij toegeven: “Het is niet zoo gemakkelijk, wat ik hier bedoel te onderkennen van de metaphysische wereldverklaringen, zoolang men de kritische beschouwingen leest die europeesche geleerden van de Oepanishad’s en de latere systematische Wedanta geven.”

Later, misschien niet eens heel veel later, schreef Dèr Mouw het zo op:

Kent iemand dat gevoel: ’t is geen verdriet,
’t is geen geluk, geen menging van die beiden;
’t hangt over je, om je, als wolken over heiden,
stil, hoog, licht, ernstig; ze bewegen niet. 

Je voelt je kind en oud; je denken ziet
door alles wat scheen je van God te scheiden.
’t Is, of een punt tot cirkel gaat verwijden;
’t Is, of een cirkel tot punt wordt en verschiet.

Bij deze passage mag ik misschien citeren uit een brief die de dichter schreef aan zijn schoonzusje Tine, een brief waaruit eens te meer blijkt hoezeer hij als dichter in zijn element was:

“——-Je weet, meisje, dat je, wanneer je een schilderij van Mauve ziet, niet moet vragen: Had die schaapherder toen wel diè boezeroen aan? Of die andere, met een stuk in de rechterschouder? Is i getrouwd? Hoeveel kinderen heeft i? Waar woont i? – Dat is uit den booze – Maar wanneer ’t verzen zijn, en wel van iemand, van wie je houdt, dan kun je niet nalaten aan de realiteiten te denken die daar misschien achter zitten. Waarbij je dan allicht niet veel anders doet, dan je vergissen. Je leest ’n beschrijving van iemand, die dood gaat van dorst, je denkt dat de schrijver toch zeker een paar dagen in de Sahara heeft geloopen, terwijl z’n veldflesch gebroken was; en ’t blijkt dat i die dag, toen i ’t schreef, erg zout gegeten had, zóó dat i vier kopjes thee dronk, ’s avonds, en toen nog een fleschje bier. – et eenige, dat je uit ’n bundel kunt te weten komen, is, welke komplexen er in de schrijver zitten; wat er in die komplexen zelfwaarneming, wat waarneming van [..] anderen, wat herinnering, wat fantasie, wat wensch is, daaromtrent zal ’t lastig zijn iets te vermoeden.”

Lezer, mag ik – alvorens het verhaal af te ronden, nogmaals om geduld vragen? Net zo min als gezond is om de hele dag Tom Poezen te eten, moeten we ook hier op tijd aanvoelen wanneer het genoeg was voor nu. Laat het gedicht rustig bezinken. En kijk met mij uit naar het Dèr Mouw jaar 2019. Als dan iedereen uitpakt met herdenken, dan zult u naar ik hoop een glimlach niet kunnen onderdrukken.

Frank van Dixhoorn

 

Verslag van de retraite The next step (September 2018, Brognon)

De gezichten om me heen zijn vol aandacht bij de studie. Er wordt gesproken over idealen, passie en wat dat voor ons betekent. ‘Hoe kan ik aan mijn collega’s vertellen wat ik geleerd heb?’ vraagt iemand. ‘Passie staat hier in een heel ander licht.’

‘Passie is een van de meest uitgeholde woorden’. ‘Passie is niet leuk. ‘Het is schoonheid, maar vaak is het ook lijden’. Het gaat erom dat je in lijn bent met je eigen natuur, dan is passie iets wat energie geeft. Dat moet je niet vertellen, dat moet je laten zien. Als iemand ernaar vraagt, vraag je dan eerst af wat de intentie van die vraag is.’

Ik zie instemmend geknik en zelf ben ik ook blij dit te horen. Hoe kan ik vertellen welke inzichten ik deze week heb opgedaan? Elk antwoord klinkt als een cliché antwoord, wat totaal geen recht doet aan de resonantie die ik van binnen voel. Voor mezelf kan ik het inzicht niet eens in woorden vangen en toch weet ik zeker dat het zijn werk heeft gedaan.

Zes jaar geleden ben ik op zoek gegaan naar inspiratie en heb daarvoor succesvolle Nederlanders gesproken als Dolf Jansen en Antoine Bodar. Iemand vroeg of ik daar iets over wilde vertellen en dat wilde ik graag, Als voorbereiding las ik een paar stukken nog eens door en op elke bladzijde werd ik verrast door uitspraken die ze deden.  Natuurlijk herinnerde ik me dat ze mooie dingen vertelden, maar het was zo illustratief voor deze week. Zij hebben de theorie tot levenshouding gemaakt en ineens zag ik de link met mijn eigen leven.

‘Doe de dingen die je echt leuk vindt, dan komt de rest vanzelf.’ ‘Stap voor stap. De tijd leert dat je sommige stappen moet zetten voor de volgende.’ ‘Regelmatig vraag ik me af waarom doe ik wat doe?’ ‘Zorg dat je los bent en geconcentreerd tegelijk.’ ‘Sta open voor alles wat je tegenkomt.’ ‘De stroom gaat altijd door, ook in vakanties, altijd.’ ‘Waarom interesseert me dat en staat het voor iets groters dan zichzelf?’

‘Je moet eerlijk tegenover jezelf zijn als je een opdracht aanneemt, anders keert het tegen je.’ ‘Bereid je voor.’ ‘Zoek niet de gunst van het publiek, maar wees kwetsbaar.’ ‘Wees alert, heb er zin in.’

De gezichten kijken dit keer mij aandachtig aan, het vuur gloeit door me heen. Ik was vergeten hoe graag ik hierover vertel, hoe graag ik aan deze verhalen werk. Deze week heeft het stof van mijn vergeten passie afgeblazen, mijn ideaal glanst weer.

Inge Stolzenbach

Evaluaties van de retraites

Het organiseren van retraites is één van de kernactiviteiten van de SFM. Deelnemers waarderen deze retraites zeer, maar steeds weer komt de vraag terug: ‘hoe kan ik iemand uitleggen wat een retraite is en wat het met je doet’? Op de een of andere manier is het heel moeilijk te vertellen aan iemand die zelf een dergelijke ervaring niet heeft meegemaakt.
Deze zomer zijn wij gaan kijken of wij de beleving van een retraite iets duidelijker konden maken. De suggestie was: kan je niet een evaluatie aan het einde van iedere retraite houden en hier weer verbeterpunten uit halen? Een goed idee. In augustus en september hebben wij 4 retraites geëvalueerd. We hebben veel (voornamelijk hele positieve) feedback gekregen en ook enkele punten ter verfijning. We hebben de retraites op verschillende punten laten beoordelen: het programma dat aangeboden werd, de accommodatie en de overall beoordeling van de retraite. Het programma hebben wij gedetailleerd laten beoordelen: de meditatie, het studieprogramma, het middagprogramma, bodywork en het avond programma/activiteit (maximaal mogelijke waardering was 5.0; 48 reacties).
N.B. ‘Alle retraites zijn de 4 beoordeelde retraites tesamen’.

Hoge cijfers die weerspiegelen dat de retraites breed gewaardeerd worden. De volgende vraag was: kunnen we ook iets zeggen over het effect van de retraites? Een moeilijk vraag, omdat een retraite eigenlijk een ‘kijken in je eigen spiegel’ is en een omgeving biedt om stil te spiegelen en te reflecteren op een aspect van je eigen situatie of proces. Eén retraite leek echter zich wel te lenen voor een nadere bestudering: de retraite ‘Ontwikkel je zelf verder’ deel 2: the NEXT STEP. Deelnemers werd gevraagd aan het begin een korte vragenlijst in te vullen over thema’s die relevant waren voor deze retraite en aan het einde nogmaals deze lijst in te vullen. Hiervan zijn radardiagrammen gemaakt, zowel individueel als voor de hele groep. Deze diagrammen zijn teruggekoppeld aan de deelnemers en hopelijk helpt het hen bij om hun ‘next step’ te concretiseren. Uit de eerste analyse blijkt dat wel degelijk een stukje bewustwording en/of verdieping heeft plaatsgevonden. Hieronder het groepsprofiel

Tot slot hebben wij de deelnemers uitgenodigd om zelf iets te schrijven over hun bevindingen van de retraite. Mooie testimonials kregen wij terug, die ik graag wil delen:

– Een hele mooie en leerzame week, ga vooral zo door.
– Een prachtige retraite. Het is net als een reis die je vaker gemaakt hebt en telkens nieuwe beelden oplevert.
– Een unieke kans voor iedereen die de behoefte heeft de hectiek van het dagelijkse leven even los te laten om met zichzelf in verbinding te komen
– Een uniek plaats om echt tot je kern te komen (Inge)
– De filosofie is in alles verweven, dat maakt het oprecht en echt
– Wat een cadeau is dit geweest. De inhoud en de verpakking gaat mij heel lang vreugde geven en brengen. Thanks.
– “Fascinerend: meditatie die bedrijfskunde inspireert.” Wim (Docent Hoger Onderwijs).
– Een retraite bij de SFM is een groot cadeau aan jezelf! (Pascale)
– “De studies die bij de stichting worden gegeven zijn diepgaand en reflectief. Ze zijn toepasbaar voor je dagelijks leven. Ze hebben mij, in de loop der jaren, gevormd tot wie ik nu ben. Ik ben een stabiel persoon en in balans, ik laat mij niet meer zo snel uit mijn evenwicht halen. Ga voor mijn passies en dromen. De studies helpen je die te verwezenlijken. Je dagelijkse voeding voor de rest van je leven. Een aanrader voor ieder mens”. (Marianne)

Het blijft moeilijk om in woorden uit te drukken wat een retraite met je doet, maar ik hoop dat bovenstaande iets van de waarde en het belang van de retraites weergeeft. Wij gunnen iedereen in deze hectische samenleving van tijd tot tijd een retraite om weer even bij te tanken, te spiegelen, tot rust te komen om dan weer je eigen pad te vervolgen.

De Upanishads

Bijna honderd jaar geleden las een Nederlandse wetenschapper de Upanishads in het Sanskriet. De situatie was uiteraard anders, in 1919. De Eerste Wereldoorlog was net een paar maanden terug geëindigd met de moeizaam uitonderhandelde Armistice, gewonde soldaten waren dankzij de vooruitgang op medisch en technisch gebied in staat om van hun leven te genieten als ze dat nog konden, maar je kwam ze wel tegen als wandelende gedenktekens van de verschrikkingen van de oorlog. De mensen maakten zich zorgen over de mogelijkheden van hun toekomstige leven: een gevoel van “waar zijn we in godsnaam mee bezig” doortrok het dagelijks leven in al zijn facetten. Kunstenaars voelden dat ze een absurde tijd beleefden, een gezamenlijke dans op de rand van de vulkaan.
Sommigen onder hen, niet de minsten, zagen aan de horizon een andere wereld gloren, in gedachten dan. Kennelijk was het mogelijk om vast te houden aan een geloof dat zich niet door de harde realiteit van de oorlog liet weg zetten. De dichter Herman Gorter had het – in een wat verder verleden, ja, in de vorige eeuw nog – ooit gewaagd om een jong meisjeskind, Mei, door het Hollandse land te laten gaan om de lente en het goede humeur na een lange en kille winter terug te brengen. Die tekst moet, net na de verschrikkingen van de Somme of Passchendale, bijna schokkend zijn geweest in zijn jeugdige onschuld. Die onschuld heeft Gorter altijd gehouden, maar nu sprak hij in bijna louter filosofische termen over eindeloze weedom, over de juiste kennis en over de intuïtie; het was een periode die wel is aangeduid als “Spinozistisch” omdat Gorter in aanraking was gekomen met het werk van de filosoof wiens ouders uit Portugal naar Nederland waren gekomen: Baruch de Spinoza, een 17e -eeuwse denker wiens filosofie van invloed zou zijn op vele revolutionaire denkers in de ook zo revolutionaire 18e eeuw. Andere poëten in de nieuwe 20ste eeuw staken hun licht op bij Plato (Boutens) of de figuur van Christus (Verwey) en dan was er dus ook J.A. Dèr Mouw, een man met een grote baard en een woeste bos krullerig haar, die te rade ging bij de – zoals hij dat zelf noemde – “Oepanishad’s”.
Om te zeggen dat het leven van Dèr Mouw door de Upanishads nooit meer hetzelfde zou zijn is niet voldoende. Als hij die teksten niet had ondergaan zoals hij deed, als hij ze nooit had gezien was hij waarschijnlijk vergeten. Nu kunnen we zeggen dat hij een van de grootste dichters is die we in Nederland kennen, uit welke tijd dan ook, maar dat zou niet voldoende zijn. We kunnen hem plaatsen in zijn tijd, maar ook dat is onbevredigend. Laten we zelfs op internationaal niveau gaan vergelijken, want met een dichter als Dèr Mouw is daar alle aanleiding toe. Heeft hij eigenhandig een mythe geschapen, zoals Auribondo? Dat zou zelfs misleidend zijn. Zoals Auribondo drie jaar eerder, terwijl al die jongens daar in Frankrijk in de modder aan hun einde kwamen, een groots verhaal schiep waarin dat, maar ook alles wat nog komen gaat een plek krijgt, een plek waar alles draait om de wijsheid die we nog zullen verwerven, daar kun je stil van worden. Maar Auribondo moet zeldzaam gedisciplineerd zijn geweest en hij was echt doordesemd van de Vedische tradities. Dèr Mouw had al eens zelfmoord willen plegen, hij werd achtervolgd door een oud schandaal, dat zich had afgespeeld op een gymnasium in Doetinchem, hij was niet een dichter maar een wetenschapper, weliswaar een met een verrukkelijke stijl van schrijven en een magnifieke geest, maar als hij in 1907 of daaromtrent bezoek had gekregen dat hem had voorspeld wat er zou gebeuren als hij de Upanishads zou lezen, dan zou hij in alle oprechtheid hebben getwijfeld aan de mentale gezondheid van zijn bezoek. Hij zou hen peinzend hebben nagekeken en hebben gedacht dat Onze Lieve Heer rare kostgangers had.
En nu, lezer, wilt u de rest van het verhaal ook horen. U zou – misschien eventjes – willen kijken naar de wereld door de ogen van dèr Mouw. Natuurlijk, het is ook een verhaal om van te smullen. Nog even geduld, tot de volgende aflevering van dit blog.

Frank van Dixhoorn

Ervaring met het Labyrint

Afgelopen week volgde ik een retraite in Brognon en Mehdi gaf enkele keren aan dat hij het labyrint had gelopen. Hij spoorde de groep aan om dat ook eens een paar keer te doen. Zo gezegd zo gedaan en op woensdag trok ik de stoute schoenen aan.

Bij de witte paaltjes gekomen stond ik even  stil bij de eerste witte paaltjes en voelde het wat onwennig. Aangekomen bij de tweede rij witte paaltjes opende ik mijn hart in gedachten. Hierna begon de wandeling waarvan ik wist dat het heel kort zou zijn, hooguit 300 meter naar binnen. Ik zou mijn stappen gaan vertragen zodat ik er wat langer over kon gaan doen.
Tijdens het langzamer lopen voelde ik elke hobbel en elke gras polletje op mijn pad. Na elke bocht was er weer een stukje pad direct zichtbaar om op te lopen. Soms dacht je vlak bij het centrum te komen maar dan was er weer verwijdering. Eindelijk was ik er, het had toch langer geduurd dan ik dacht. Hierna besloot ik om ook uit het vierkant te lopen omdat het nog niet afgerond geheel vormde volgens mij. Tijdens de heenreis voelde ik een elektrische stroom vanaf mijn stuit naar mijn kruin lopen. Ik kreeg heel veel energie. Tijdens de terugtocht voelde ik mij heel diep geworteld in mijzelf. Het voelde zo krachtig dat ik hierna mijn qi gong loopje ging beoefenen. Het was een heerlijke ervaring en ook helend.

De volgende dag heb ik hem opnieuw gelopen. Dit keer ervaarde ik het als een innerlijke reis waarbij ik kon terug kijken vanaf de geboorte tot heden en dit was voelbaar. Het was een snelle terugblik in een seconde. Op de terugweg voelde ik een open einde, een bevrijd gevoel in het hier en nu, stilstaand bij wat de toekomst mij gaat brengen. Ik voelde mij zeer stil en sereen van binnen na deze tweede ervaring.
De laatste keer vond plaats op zaterdagochtend en nu kreeg ik allemaal ideeën over de toekomst. Ook ervaarde ik het pad en alle hobbels als een metafoor voor de hobbels die wij in het leven soms hebben naast de fijne ervaringen op pad. Het mocht er allemaal zijn.

Na deze drie ervaringen kreeg ik het idee dat hier spiraalsgewijs levensenergie door lichaam, geest en ziel voorbij trekt aan het bewustzijn.
Een mooie ontdekkingsreis naar binnen en weer naar buiten toe.

Tinka

(foto: Marianne Vreugdenhil)

SFM: Jumping the Curve

Verslag van “jumping the curve” Brognon, 2 september 2018

Vanaf begin 2018 werd het voor mij pas duidelijk dat er fundamentele veranderingen op tilt waren binnen de SFM. Eind 2017 deed het verhaal immers de ronde dat er binnen het bestuur een discussie liep over een ‘revitalisering’. Dit verbaasde eigenlijk niemand omdat na de start van de organisatie inmiddels zo’n 25 jaar was verlopen en deelnemers en organisatie ook gewoon ouder waren geworden. Dat dit op zich voor nieuwe en jongere deelnemers een belemmering zou gaan vormen, was ook ieder wel duidelijk. Anderzijds zou een wijziging mogelijk ook een verlies van een inmiddels vertrouwde aanpak gaan betekenen. Voor mij zelf was het “nieuwe”, het hóe van die vitalisering ook onbekend.

Mehdi gaf wel in diverse toespraken aan dat we nu snel aan de slag moesten om de aansluiting niet te gaan missen, dus het gevoel van urgentie werd wel aangeduid.  Hij had zelf in zijn werken met veelal jongere groepen onder de motto’s ” ontwikkel jezelf”,  ” next step” en “jumping the curve” een andere doelgroep leren kennen en gemerkt dat er, ook binnen de kaders van de filosofische aanpak van de kernthema’s van de Stichting SFM, aansluiting gevonden kon worden en er ook een nieuw elan kon ontstaan. Ook bleken die wat jongere participanten hun tijd te willen besteden om de SFM verder te helpen, bijvoorbeeld met het opzetten van een verbeterde website en social media.

Als deelnemers begrepen wij wel dat daar fors over werd gediscussieerd binnen het bestuur, maar heel veel kwam daarover niet naar buiten, behalve toen begin 2018 werd gestart met een zogeheten “verdiepingsgroep”. Deelnemers aan verschillende werkgroepen werden via een circulaire opgeroepen om daarin te participeren.

Voor een deel van de deelnemers aan de Leerweg waren de issues overigens lang niet zo manifest aanwezig, want het liep toch immers best lekker. Op de Cynham, in Amstelveen en in Brognon was een gesmeerde organisatie aanwezig en alles liep toch als een Zwitsers uurwerk?

Wel constateerden wij dat de weekenden door steeds  minder mensen werden bijgewoond.

Tijdens de verdiepingsweek in Brognon is diepgaand gediscussieerd over dat gevoel aan gemis aan vuur en commitment die bij de start van de Stichting nog in zo ruime mate aanwezig was, de levende “tapas” werd toen ten diepste gevoeld, gaf energie en verbond de mensen.

Tijdens de week in Brognon werd het voor mij voor het eerst duidelijk dat er dus twee kernproblemen waren die thans aangepakt worden. De eerste heeft te maken met een noodzakelijke verjonging om de continuïteit van de organisatie te borgen, en dat zal iedereen aanspreken. Het tweede kernprobleem is de vervlakking en die heeft meer met de inhoud van het tweede deel van de leerweg te maken. Vandaar dat gesproken wordt over een “verdieping”. Rondom deze kernproblemen is de wereld ook in die 25 jaar sterk veranderd. Hierbij moeten we vooral denken aan de opkomst van internet en social media naast de maatschappelijke acceptatie van meditatie, mindfulness etc. Ook de opkomst van een geheel nieuwe generatie die fundamenteel lijkt af te wijken qua interesses, spanningsboog etc.van de bestaande doelgroep vergt een andere aanpak.

Deze combi van factoren heeft geleid tot het opnieuw nadenken over de opzet van de organisatie en inrichting van het curriculum/leerweg.

In Brognon is ook nagedacht over het begrip Hestia (Huis en haard), dus de gastvrijheid die wij voor deelnemers van de groepen en gasten willen uitstralen, maar ook de consequenties die dit heeft voor de deelnemers van de groepen in het gemeenschappelijk dragen van de uitvoerende taken die met de infrastructuur te maken hebben.

Uiteraard probeert het bestuur de noodzakelijke vernieuwing in doelgroepen en aanpak te combineren met het behoud van het goede dat thans door velen wordt ervaren, maar er komen ook grenzen in zicht.

Voor het goede begrip: die keuzes zijn nog niet uitgekristalliseerd en het is juist daarom dat we met een aantal mensen nadenken om het bestuur optimaal te helpen om die keuzes te formuleren. De groep in Brognon was breed samengesteld, een afspiegeling van het gemiddelde van de bestaande groep deelnemers.

Langzaam zien we dus de nieuwe phoenix uit de as rijzen en dat kost tijd. Dit proces vergt ook energie en commitment van de deelnemers binnen de organisatie. Anderzijds is het vooral ook een experiment dat we met vertrouwen tegemoet zien.

Mehdi en het bestuur hebben ons toegezegd tijdig te communiceren over de mogelijke gevolgen, zodat daarna iedereen daarover rustig kan nadenken. Wel is duidelijk dat jaarlijks met alle deelnemers een evaluatiegesprek gevoerd zal worden om wederzijds de verwachtingen en aandachtspunten te inventariseren.

Hoop dat jullie met deze blog weer even zijn bijgepraat , wordt vervolgd…….

Mees Hartvelt