Wat maakt de retraites zo bijzonder?

We naderen het einde van het retraiteseizoen en het is goed om even achterom te kijken en te zien hoe de retraites dit jaar zijn gewaardeerd. Opnieuw, net als in 2018, zijn ze hoog gewaardeerd, gemiddeld met 4,7 uit 5. Wat opvalt is dat alle retraites ongeveer gelijk zijn beoordeeld, onafhankelijk van het programma dat aangeboden werd. De spreiding was heel gering 4,5-4,8. Dit geeft te denken. Schijnbaar is er iets anders dan het programma dat aangeboden wordt, dat de retraite voor zoveel mensen bijzonder maakt (in totaal hebben wij 134 evaluaties ontvangen vanaf augustus 2018). We weten al lang dat retraites iets bijzonders doen met mensen, maar we hebben nooit onze vinger kunnen leggen op wat dat bijzondere is.

De wetenschap komt ons nu te hulp. Recent kreeg ik het boek van Stephen W. Porges, de polyvagaal-theorie in handen[1]. Dr. Porges is psychiater en heeft veel onderzoek gedaan naar de werking van het autonome zenuwstelsel. Dit zenuwstelsel werkt voor een groot deel onafhankelijk van ons centrale zenuwstelsel (de hersenen en ruggenmerg) en is via de orthosympaticus betrokken bij reacties van ons lichaam op onveilige situaties en bereid ons voor op vecht en vluchtreacties (hoge bloeddruk, snelle hartslag, snelle ademhaling, toename van glucose in het bloed etc.) en via de parasympathicus betrokken bij reacties die geassocieerd worden met een veilige situatie en herstelmechanismen voor het lichaam (langzame hartslag en ademhaling, vertering van voedsel etc.) activeert. Dr. Porges heeft veel onderzoek gedaan naar welke factoren betrokken zijn bij tot rust brengen van de orthosympaticus (geassocieerd met onveiligheid) en stimulering van de parasympathicus (geassocieerd met veiligheid). Centraal staat inderdaad de ervaring van veiligheid. Wat gebeurt er als we ons onveilig voelen? We zijn alert, op onze hoede voor het onverwachte, onze mimiek wordt strak, we verliezen vaak het oogcontact met anderen, de intonatie van onze stem wordt vlakker en onze sociale interactie wordt minder. Als we ons veilig voelen gebeurt het omgekeerde: we voelen ons ontspannen, rustig, onze stem wordt kleurrijker met veel verschillende intonaties, er is oogcontact tijdens het spreken met anderen, onze mimiek is levendig en er is een grote variatie in sociale interacties. Wat bevordert het gevoel van veiligheid? Er zijn vele factoren die dit kunnen bewerkstellingen, maar belangrijk zijn bijvoorbeeld dat er weinig onverwachte dingen gebeuren, geen harde en zeer hoge en lage geluiden zijn, weinig sterke prikkels en schrikeffecten.

Terug nu naar de retraites. Wat gebeurt er tijdens een retraite? Alle retraites die wij organiseren, hebben gemeen dat er weinig prikkels zijn. Natuurlijk is er een mooi programma (voldoende cognitieve prikkels en materiaal om over na te denken). Er is een vaste dagroutine. Er is meditatie in een stille ruimte met een vertrouwde sfeer. Er zijn studies met veel onderlinge interactie. Er is respect voor elkaar en geen agressie. Er is lekker eten, je hoeft je nergens zorgen om te maken. ’s Avonds is er napraten en iets drinken bij de openhaard etc. Heel veel factoren die geassocieerd zijn met veiligheid. De othosympaticus komt tot rust en de parasympaticus geeft steeds meer signalen af van veiligheid. De deelnemers gaan zich ontspannen, worden vaak in het begin moe en nemen wat extra rust en alles is verder oké. Alle seinen komen op ‘groen’ te staan. Als we dit beeld volgen, is ook te begrijpen waarom een retraite pas echt effectief wordt als we meerdere dagen verblijven in het retraitecentrum. Het duurt even voordat het gevoel van veiligheid wordt opgebouwd en alle seinen op groen komen te staan. De ervaring leert dat een week een goede maat is.

Onafhankelijk van het programma (het cognitieve deel) wordt er tijdens een retraite het gevoel van veiligheid opgebouwd. De neurofysiologie en neuropsychologie geven ons een wetenschappelijke onderbouwing voor het heilzame effect van een retraite. De verandering in ortho- en parasympatische activiteit is waarschijnlijk een goede verklaring voor het feit dat zoveel mensen de retraite als heilzaam en aangenaam ervaren. Wij zijn ervan overtuigd dat het aangeboden programma ook erg belangrijk is, maar het gevoel van veiligheid is een belangrijke succesfactor. Een stimulans om door te gaan met het organiseren van retraites !

Mehdi Jiwa

Wil je reageren? Stuur een mailtje: info@filosofieenmeditatie.nl

[1] S.W. Porges. De polyvagaal-theorie en de transformerende ervaring van veiligheid. Uitgeverij Mens!, Eerserveen, Nederland, 2019

Vervolg op een zomer in Brognon

Stilte, rust, harmonie en aandacht. Dit zijn kenmerken van de sfeer die in Brognon worden  aangetroffen. Zij maken deze plek voor velen een oase om weer tot zichzelf te komen, weer bij te tanken om daarna weer de reis door het ‘gewone’ dagelijkse leven te vervolgen.

In mijn vorige blog schreef ik al dat ik dit afgelopen zomer op een bijzondere wijze kon beleven omdat het mij gegeven was gedurende een langere tijd in deze oase te vertoeven. Na deze mooie ervaring wil ik stil staan bij de factoren die hieraan hebben bijgedragen. En of die in de hectiek van het dagelijkse leven in stand gehouden kunnen worden.

Kijkend naar het Indiase epos de Mahabharata, dat het conflict tussen twee takken van een koninklijke familie beschrijft en waarvan de Bhagavad Gita een onderdeel, zo niet de spil is, zien we iets gebeuren dat een zekere overeenkomst met een retraite heeft. Dat is wanneer de Pandava’s, de vijf broers, ‘de goeden’ in het conflict zich voor een periode van twaalf jaar in ballingschap moeten begeven. Ze laten alles achter: bezittingen, familie, vrienden, onderdanen. En zo trekken ze de bossen in. Daar zijn ze op zichzelf aangewezen. Ze spreken en discussiëren veel met elkaar over wezenlijke zaken, waarvan in het epos uitvoerig verslag wordt gedaan. Soms worden ze belaagd door hun vijandige neven, maar ze ontmoeten ook vele wijzen die hun raad geven. Steeds weer als de broers tegen de oudste onder hen, die de leiding heeft, in opstand komen, en tot de aanval willen overgaan om hun neven een les te leren, geeft deze aan dat ze daarvoor nog niet klaar zijn. Ze beschikken nog niet over die kracht die ze nodig zullen hebben.

Alles achter laten, de stilte van de natuur opzoeken, spreken over wezenlijke zaken, samen studeren, in veel situaties leermomenten ontdekken als dat zij onze leraren zijn …. Zo bezien kunnen we in het verlengde van het voorgaande wel over Brognon spreken als over een verbanningsoord, zij het in een luxe versie.

Aan het einde van zo’n retraite keren we weer terug naar het dagelijkse leven. Net zoals in de hierboven beschreven ballingschap gebeurde, kunnen we ons afvragen in hoeverre we tijdens de retraite ‘voldoende kracht’ hebben verzameld om het ‘gewone’ dagelijks leven weer het hoofd te kunnen bieden.
Een week, enkele weken zijn wellicht over het algemeen kort om ons in die mate kwaliteiten eigen te maken, dat zij een blijvende kracht of energie kunnen zijn waarover wij na afloop kunnen beschikken. Dit is althans mijn ervaring. In mijn volgende blog zal ik iets schrijven over hoe ik deze kracht, energie de komende tijd denk te gaan onderhouden.

Aan het einde van een retraite-week wordt, als die door de SFM georganiseerd is, bij de afsluiting gevraagd naar wat men zoal van de week mee naar huis neemt.
Dan klinken vaak vormen van herinneringen aan opgedane ervaringen tijdens de week, goede voornemens voor het invoeren of hernieuwen van bepaalde disciplines en nog veel meer.
Zaken waarvan we wensen en hopen dat we ze na de retraite-periode vorm kunnen geven en kunnen onderhouden.

Nou, die had ik ook na afloop van mijn verblijf daar:
Op de eerste plaats: zien hoe stilte, rust en harmonie ook in het dagelijks leven buiten Brognon beter bewaard kunnen blijven.
Vervolgens mijn gewoonte om te studeren door vele, overigens boeiende, commentaren van met name de Bhagavad Gita te vertalen en te lezen, om te buigen naar mij te laten inspireren door het dagelijks leven, en daar lering uit te trekken. Dat voltrok zich in de eerste weken dat ik daar was haast vanzelf. Verschillende gesprekken die ik over deze vorm van studie had deden mij besluiten deze verandering in mijn leven voort te zetten.

Hierbij zal ik mij zeker laten inspireren door woorden uit de Bhagavad Gita, de vertaling ervan in het dagelijks leven en omgekeerd.

Deze zaken zullen mij wellicht de komende tijd een positief, inspirerende tijd geven. Ik hou u op de hoogte. En u begrijpt het al: wordt in een volgend blog vervolgd. Tot dan.

Hans Nijs

Wilt u reageren:fam.nijs@quicknet.nl 

Zomer in Brognon

Het was mij gegeven deze zomer gedurende een lange tijd in ons retraitecentrum in Brognon door te brengen. Een heel bijzondere ervaring, waarvan ik jullie in enkele blogs deelgenoot wil maken.

Mijn opzet was hier deels ter ondersteuning aanwezig te zijn en mij verder te wijden aan een studie van het zesde hoofdstuk van de Bhagavad Gita, ‘De yoga van meditatie’. Dit mede omdat ik hierover in het najaar een aantal studieavonden in ons studiecentrum in Amstelveen organiseer.

Na een intensieve gezinsweek meende ik dat het ondersteunende deel er wel voor een groot deel op zou zitten en dat ik mij verder aan mijn ‘eigen’ studie-programma zou gaan wijden.

Dat pakte echter iets anders uit dan ik mij had voorgenomen. De stapel boeken met de nodige commentaren op de Bhagavad Gita, die ik voor mijn studie had meegenomen kreeg bijzonder weinig aandacht.

Daar ging een voorgeschiedenis aan vooraf.

Tijdens bijeenkomsten eerder dit jaar had ik het thema van de ‘paren van tegenstellingen’ aangesneden dat in de Bhagavad Gita regelmatig voorbij komt. En dan met name het aspect dat het er niet zozeer om gaat wat je leuk vindt, maar dat je doet wat gedaan moet worden. Dat we zoveel energie kwijt raken door steeds te proberen te organiseren wat we leuk vinden en te vermijden wat we niet leuk vinden.

Dat klinkt wel aardig, maar bleek mij in de praktijk toch regelmatig lastiger dan verwacht om bestaande, ingesleten patronen om te buigen.

Ik had mij voorgenomen dit aspect als aandachtspunt mee te nemen voor deze weken en daar uit het negende vers van het zesde hoofdstuk van de Gita de ‘vooringenomenheid ten aanzien van wie dan ook te laten vallen’ aan toe te voegen.

Opmerkelijk genoeg kostte het geen enkele moeite om zeker gedurende eerste weken hier op een aangename manier invulling aan te geven. Het niet alleen maar doen wat leuk is maar doen wat gedaan moet worden was gewoon leuk. Uit verschillende reacties kon ik opmerken dat dat ook voor anderen op de een of andere manier merkbaar was. Heel opmerkelijk in deze weken was mijn relatief goede fysieke conditie, terwijl ik anders over een regelmatig zeer beperkte energie beschik als gevolg van een chronische ziekte.

Deze effecten namen in de loop der tijd wat af. Dit had zeker te maken met het feit dat ik aan enkele intensieve studieprogramma’s deelnam.

Natuurlijk zijn er voor deze bijzondere ervaring veel externe factoren aan te wijzen: de afwezigheid van de hectiek van het dagelijks leven in een drukke omgeving, de fijne sfeer die er in Brognon aanwezig is, de stilte, rust, harmonie, ’s morgens en ’s middags met elkaar mediteren, gezonde, vegetarische voeding etc. etc.

Ook het feit dat ik hier al best een tijdje mee bezig ben zal meespelen.

Maar toch …

Verval ik nu, nu ik thuis ben weer in de oude patronen in afwachting van het moment dat ik volgend jaar weer naar Brognon kan?

Laten we eens kijken welke factoren aan deze ervaring hebben bijgedragen. Zijn er hiervan die in de hectiek van het dagelijks leven in stand gehouden kunnen worden? En is er een relatie met dat wat Sri Krishna daarover in de mij zo aan het hart gelegen Bhagavad Gita zegt?

In mijn volgende blog neem ik u verder mee in dit onderzoek hierover.

Hans Nijs

Wilt u reageren? Dat kan: fam.nijs@quicknet.nl

 

De wonderbaarlijke werking van de Mandukya upanishad

Op mijn 21e had ik een baan op een leuke school, deed een studie aan de VU en had een druk sociaal leven. En toen kreeg ik een auto ongeluk waarbij ik een hersenkneuzing op liep. Ik had moeite me te concentreren en sliep erg veel, ook had ik veel last van enorme hoofdpijn. Ik kon soms 48 uur achter elkaar slapen en was heel snel overprikkeld. Wat betekende dat ik me niet kon concentreren op gesprekken in grote groepen en geen twee dingen tegelijk kon doen. Ik kon regelmatig niet uit mijn woorden komen en soms had ik een voorwerp in mijn handen en wist ik niet meer wat het was of wat ik ermee moest.  Het maakte dat ik mijn eigen lichaam en denken niet meer vertrouwde. Zo kon ik regelmatig op een verkeerde bus stappen of me niet meer herinneren waar ik naar toe moest of hoe ik thuis moest komen. In die tijd volgde ik het curriculum bij de stichting Filosofie en Meditatie. We kregen les in de Upanishads en de Mandukya Upanishad bleef hangen en sprak me aan…..en….nog belangrijker….terwijl ik veel vergat kon ik me deze herinneren. Hoe wonderlijk is dat? Omdat ik de Mandukya wel kon onthouden ben ik de commentaren van Swami Krishnananda en Sankaracarya gaan lezen. Ook het boek: Het Enneagram van Mehdi Jiwa geeft een mooie uitleg over de Mandukya.

De Mandukya is een Upanishad met 12 verzen en vertelt over de mantra Om. (met de klanken A-U-M) en de vier staten van zijn en hoe deze met elkaar verbonden zijn. De wakende staat, de droomstaat, de diepe slaap en de Turiya staat. Upanishads zijn oude teksten uit de Vedische traditie. Het betekent: “neerzitten bij” en dan bedoelen ze de leerling die aan de voeten van de meester zit en onderricht krijgt en tot zich neemt.

De Mandukya  begint met de invocatie:

Grote Goden! Inspiratie tot offers!
Mogen onze oren het goede horen.
Mogen onze ogen het goede zien.
Mogen wij Hem dienen met al de kracht van ons lichaam.
Mogen wij ons gehele leven, Zijn wil uitvoeren.
Moge vrede en vrede en vrede overal zijn.

De zinnetjes : Mogen onze oren het goede horen. Mogen onze ogen het goede zien. Mogen wij Hem dienen met al de kracht van ons lichaam. Hebben mij enorm veel troost gegeven. Wanneer ik me concentreerde op het goede horen en zien dan kon ik alle ruis laten gaan. Dat hielp me te concentreren op dat wat ik aan het doen was op dat moment. Het hielp me een ander standpunt in te nemen. In plaats van paniek voelen over waar ik nu weer terecht was gekomen, te denken, dat ik een nieuwe plek had ontdekt. Mogen wij Hem dienen met al de kracht van ons lichaam, leerde me dat wat ik op dat moment te geven had, als ik het met hart en ziel deed, dat dat genoeg kon zijn. In plaats van gefrustreerd te raken over wat je nog niet kan, kijken naar dat wat je wel kunt. En zo langzaam…stapje voor stapje waren er steeds meer uren dat ik wakker was. Kon ik me meer en meer concentreren en kreeg ik langzaam aan weer wat grip op mijn leven.

De mantra Om draag ik altijd met me mee. Eerst hielp het me met concentreren om me te focussen en de ruis buiten te sluiten en was de mantra er alleen als ik ging zitten om te mediteren. Ik moest mijn best doen om haar te laten klinken.  Langzaam aan groeide de liefde voor de mantra en nu is ze constant bij me. Toen ik wakker werd uit de narcose van een schouderoperatie en ik geen pijnstilling had, heeft de mantra Om me door de nacht heen geholpen. Toen ik in het ziekenhuis lag met een longembolie heeft de mantra Om me geholpen met ademen. Bij verdriet van het overlijden van een dierbare…..komt ze bovendrijven…….bij een intens gelukkig moment op een feestje, of een trouwerij is de mantra er ook. Wat een gelukkig mens ben ik dat deze mantra met me meereist door mijn leven.  Natuurlijk kan ik nog veel meer vertellen over deze Upanishad. Ik hoop dat je de Mandukya eens leest en kijkt wat de tekst je te zeggen heeft….misschien kunnen we er eens over spreken?

Kimke

Wil je reageren: stuur een mailtje.