Verander de wereld, maar begin bij je zelf.

De meeste mensen zijn er nu wel van overtuigd dat onze manier van leven tot veel problemen en uitdagingen aanleiding heeft gegeven. We kunnen zo niet veel langer doorgaan. Problemen t.a.v. het milieu, de scheve verdeling van de rijkdom en bezit, vluchtelingenstromen op basis van milieuveranderingen en schaarste aan eerste levensbehoeften, nemen enorme vormen aan. Er wordt heel veel gepraat en met beschuldigende vingers naar elkaar gewezen, maar tot echte oplossingen komen we niet.

Regeringen zijn niet in staat de problemen op te lossen. Burgers zien ook geen echte oplossingen. Over de oorzaken van de problemen zijn we het veelal ook niet eens. Een patstelling dus? Dat hoeft niet. De grote levensfilosofieën en religies zijn het op veel punten niet eens met elkaar, maar op één punt zijn zij het wel met elkaar eens: de problematiek van de mens is van oudsher geworteld in drie eigenschappen. Je kunt ze verschillende namen geven, maar je kunt het in het kort als volgt samenvatten: onwetendheid, egoïsme of zelfzucht en hebzucht. Als we deze drie eigenschappen niet te boven komen, dan zijn alle problemen die hieruit voortkomen of hierin geworteld zijn, ook niet op te lossen, noch in je eigen leven, noch op landelijk of mondiaal niveau.

Onwetendheid, egoïsme en hebzucht zijn niet collectief op te lossen. Er kunnen geen wetten gemaakt worden die deze eigenschappen teniet doen. Toch is er een oplossing, maar die moet ieder mens zelf, als individu oppakken. Je kunt dus stellen dat een betere en eerlijker wereld, begint met jezelf.

De mensheid is al eeuwen bezig om manieren te vinden om deze drie grote hindernissen te nemen. Deze hindernissen blokkeren niet alleen onze menselijke ontwikkeling en spirituele groei, maar verhinderen ook dat we op een goede manier de problemen en uitdagingen kunnen oppakken die niet alleen ons eigen leven  bedreigen, maar ook het leven van onze kinderen en kleinkinderen.

De antwoorden voor de huidige situatie, zijn ons al lang geleden gegeven: het zijn kennis (in de zin van wijsheid en spirituele kennis), bewustwording, spirituele disciplines zoals concentratie- en meditatieoefeningen, en het ontwikkelen van kwaliteiten als liefde voor waarheid, geweldloosheid, zuiverheid, niet stelen etc. Deze kwaliteiten kunnen ons helpen om op een andere manier naar ons leven te kijken. Iedereen die hiermee aan het aan de slag gaat, zal ontdekken dat zelfs en klein beetje inspanning als een grote verandering in ons eigen leven kan aanbrengen. Dit is niet alleen positief voor ons zelf, maar het heeft ook een positief effect op onze directe omgeving. Kortom: ieder mens kan iets bijdragen aan een betere wereld.

Als we deze weg bewandelen met een aantal gelijkgestemden, dan is het effect nog groter. Het is dan ook hierom dat de SFM studiegroepen organiseert onder de titel de ‘Leerweg’, waar de grote universele principes en wetten worden bestudeerd en oefeningen worden aangeboden om aan de wortel van de grootste problemen: onwetendheid, egoïsme en hebzucht te verwijderen. We bestuderen de werking van onze eigen geest en verdiepen ons in wie wij werkelijk zijn. Het is een zoektocht naar onze authenticiteit, naar wie wij ‘echt’ zijn. Meditatie is hierbij een groot hulpmiddel, omdat het niet mogelijk is om deze drie hindernissen met behulp van ons verstand alleen op te ruimen. Daarnaast zijn er een vijftal spirituele principes en wetten die ons helpen om meer regie te krijgen over ons leven. Zo kunnen we zowel ons eigen leven verbeteren, maar misschien nog belangrijker, zo kunnen we een substantiële bijdrage leveren aan een harmonieuzere samenleving.

De SFM start een nieuwe Leerweg-groep op de maandagavond (20.00-22.00 uur) op 23 september in het Retraitecentrum de Cynham, Egmond aan den Hoef. Heb je zin om mee te doen en te ontdekken hoe je je leven meer in harmonie met jezelf en met anderen kunt brengen? Klik hier voor meer informatie en schrijf je in.

Een uitgebreide beschrijving van de Leerweg kan je hier vinden.

Wil je reageren of meer informatie? Stuur dan een mailtje

Mehdi Jiwa

Waar gaat de Bhagavad Gita over?  (Deel 2)

Dit is de tweede blog over de vraag waar de Gita over gaat. Was de vorige blog geschreven naar aanleiding van het eerste en het laatste woord van de gehele tekst van de Gita, nu zullen we ons richten op het stukje tekst waar ieder hoofdstuk mee afsluit, de colofon, zoals dat genoemd wordt. Tenminste, als het in de vertaling is opgenomen. Sommige vertalers doen dat niet omdat deze stukjes, waarin ook de titels van de hoofdstukken worden benoemd, later aan de oorspronkelijke tekst zijn toegevoegd. Jammer, want hoewel ze later zijn toegevoegd, is het prachtig gedaan.

De colofon aan het einde van elk hoofdstuk luidt telkens in de meest volledige vorm:

AUM TAT SAT

Aldus eindigt in de Upanishaden van de prachtige Bhagavad Gita, de wetenschap van het eeuwige Brahman, het heilige boek van yoga, de samenspraak tussen Krishna en Arjuna, het …e

hoofdstuk, genaamd … ( deze titels verschillen natuurlijk per hoofdstuk).

Hier wordt de inhoud, de boodschap, de strekking van het werk op een haast mysterieuze wijze aangeduid.

AUM TAT SAT: Dit is een uitspraak, een mantra als het ware, die traditioneel voorafgaat aan deze tekst en die bij een spirituele activiteit in het algemeen wordt uitgesproken. Hij bestaat uit drie woorden met elk een diepgaande betekenis. Kort en bondig staat hier ‘Alleen Brahman is werkelijk’ Brahman duidt op het Absolute, God de Schepper, de Opperste Geest (Aan het einde van het zeventiende hoofdstuk spreekt Shri Krishna over deze uitspraak).

In de Upanishaden van de prachtige Bhagavad Gita:

De Upanishaden kunnen we aanduiden als Indiase ‘wijsheidsboeken’ met meditatieve teksten (In het tweede deel van de ‘Leerweg’ van de Stichting Filosofie en Meditatie komen er hier enkele van aan de orde).

Van de Upanishaden wordt gezegd dat ze aspecten van de Vedas, de oudste spirituele verhandelingen die de mens tegenwoordig nog kent, uitwerken. Als ik het in mijn eigen woorden probeer te omschrijven zijn het geen teksten waarin even wordt uitgelegd hoe het zit. Zo van: aha, opslaan en doorgaan. Het zijn teksten die een diepere betekenis hebben dan in eerste instantie lijkt. Die betekenis onthult zich geleidelijk aan, na het overwegen, het rusten op, het laten bezinken van de tekst. Ze doen geen beroep op het rationele deel van de geest maar op de diepere lagen van het aanvoelen en inzicht. De een zegt dat de Gita een samenvatting van deze werken is, de ander dat hiermee de lading van dit werk aangeduid wordt en dat ieder hoofdstuk als een Upanishad gezien kan worden. Of het als een samenvatting gezien kan worden kan ik niet zeggen. Daarvoor is mijn kennis van deze werken niet volledig genoeg. Dat de lading van de hoofdstukken een soortgelijke inhoud hebben als die van de Upanishads, spreekt mij aan.

 

De wetenschap van het eeuwige Brahman. Brahma- vidya in het Sanskriet.  Hiermee wordt aangegeven dat de Gita uiteindelijk alle wijsheid in Brahman, het Absolute, God de Schepper, de Opperste Geest bevat en verschaft.

 

Het heilige boek van yoga. Hier in het Westen kennen wij yoga veelal als een stelsel van lichaamshoudingen en oefeningen. Het begrip yoga omvat echter veel meer dan dat. Het staat voor verbinding met ons eigen zelf, ons diepste wezen, het leren kennen van Brahman en daar uiteindelijk één mee worden. Daarvoor worden in de Gita verschillende vormen van yoga aangereikt: de karma yoga, de yoga van handeling, de yoga van kennis, die van meditatie, toewijding etc.

De samenspraak van Krishna en Arjuna.

De essentie van de colofons komt misschien wel in de samenspraak naar voren.

Ik zou het volgende zelf niet goed kunnen verwoorden, maar laat dat over aan de door mij zeer hoog geachte Swami Krishnananda van de Divine Life Society in Rishikesh, India:

“Het was niet de historische Krishna die tot Arjuna sprak (…) God sprak tot de mens, niet Krishna tot Arjuna. Het Universele sprak tot het afzonderlijke. Het Al-omvattende begon woorden van wijsheid te spreken tot dat wat geplaatst is in ruimte en tijd. Menselijkheid stond oog in oog met het Absolute. Met dit begrip als achtergrond, zullen we ons het belang van dit geschrift kunnen realiseren.”[1]

Zo schetst de colofon aan het einde van elk hoofdstuk op mysterieuze wijze de peilloze potentie van wat de Bhagavad Gita te bieden heeft. Dat komt wellicht wat ongemakkelijk over maar houdt tevens een grote belofte in. Zo wijst de Gita zelfs ergens aan “Ik zal je deze kennis (jnâna) en hoe je die kunt ervaren (vijnâna) volledig onderwijzen. Als je dit eenmaal weet, valt er niets meer te kennen.”

Te beginnen met het onderzoeken van onze dagelijkse activiteiten, de eigen natuur, svabhava uit de vorige blog, stap voor stap,  belooft de Gita, leidt ik je, naar het hoogste inzicht.

Het bijzondere hiervan is dat we als het ware een flauw vermoeden van een mysterie krijgen of het lijken te benaderen maar wellicht nooit kunnen zeggen dat we het kennen. Daar is het een mysterie voor. Te groot voor onze geest.

Een diepe buiging voor Dat.

Hans Nijs

Vragen of opmerkingen? Stuur mij gerust een mailtje: fam.nijs@quicknet.nl

 

[1] Swami Krishnananda, The Gospel of the Bhagavad Gita, blz. 3.

Samen leven in vrede, is dat mogelijk?

Afgelopen donderdag (16 mei 2019) werd het festival: Internationale dag van het Samen Leven in Vrede georganiseerd door de School van Vrede van het Lioba klooster in Egmond Binnen en het Huis van Vrede van AISA-NGO. Een belangrijk evenement, zeker in een tijd dat verharding en grimmigheid, ook in onze samenleving, toeneemt. Vanuit de SFM hebben we een lezing mogen verzorgen over dit thema (klik hier om een samenvatting van de lezing te zien en te horen). Het festival werd slechts door enkele tientallen mensen  bezocht, maar diegenen die er waren, waren ook bijzonder gemotiveerd. Er was een krachtige sfeer en de workshops en catering waren prima.

De lezing die ik gegeven heb, benadrukte het belang van de Filosofie van de Eenheid om beter begrip te krijgen van de tijdloze en universele doelen van iedere levensfilosofie en religie (zoals vrede, gezondheid, veiligheid, goede opvoeding voor je kinderen en de mogelijkheid om je te ontwikkelen en te ontplooien etc.) en het belang van meditatie, in het bijzonder het ontdekken wat de ‘mantra’s’ (diepste drijfveren) zijn van waaruit je leeft. Het maakt een groot verschil of je leeft vanuit de innerlijke drijfveer ‘be good, do good’ of vanuit ‘hebzucht is goed’ of ‘ik eerst’. Het eerste brengt iets geheel anders voort dan de andere twee. Als derde pijler: retraites: een plek waar je tot rust en stilte kunt komen, waar je fysiek, mentaal en spiritueel gevoed wordt, waar stille hoekjes zijn voor je eigen reflectie en waar je even helemaal ‘thuis’ kunt komen. Deze momenten heb je nodig in de hectische samenleving waarin wij leven. Nagenoeg ieder mens heeft van tijd tot tijd een retraite nodig om in harmonie met zichzelf en de omliggende wereld te kunnen leven.

Wat mij het meest geraakt heeft, was de discussie tijdens en na de lezing. Velen deden hier actief aan mee. Twee vragen hebben mij niet losgelaten en die wil ik jullie, lezers van deze blog, graag voorleggen en ik hoop jullie reacties te mogen ontvangen. De eerste opmerking was: ‘zijn wij niet gewoon met te veel mensen op deze aarde om in vrede met elkaar te kunnen leven?’ Ruimte waar je goed kunt leven, wordt schaars, voeding en belangrijke mineralen en brandstoffen worden ook steeds schaarser. Overal doemt het beeld van ‘tekort’ op. Meer en meer vluchtelingen, waaronder ook klimaatvluchtelingen die geen mogelijkheden meer hebben om een bestaan op te bouwen op de plek waar ze geboren en opgegroeid zijn. Zeker, er komen steeds meer mensen bij, maar toen er veel minder mensen waren, leefden wij dan onderling wel veel meer in vrede? Als ik terugkijk op de geschiedenislessen die ik op school kreeg, dan was dit in mijn beleving een aaneenschakeling van oorlog en geweld. P.D. Ouspenski beschreef onze geschiedenis wel eens als de ‘geschiedenis van de misdaad, maar er is nog een andere geschiedenis waar niemand aandacht voor heeft’. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat vroeger de situatie niet veel beter was. Kijken we naar mijn generatie, dan zijn wij één van de weinige generaties die (nog) geen oorlog heeft meegemaakt. En de generaties voor ons leefden met veel minder mensen op de aarde dan nu het geval is.

De tweede opmerking kwam nog dieper bij mij binnen: ‘wat als de mens eigenlijk niet in vrede kàn leven?’ Misschien is hij nog zo ‘dierlijk’ dat hij altijd in competitie is met soortgenoten: de sterkste neemt de leiding en ‘onderdrukt’ de zwakkere. De sterkere krijgt het beste voedsel en de mooiste vrouwtjes etc. Misschien zijn mensen wel altijd (bewust of onbewust) in competitie met elkaar en proberen ‘het grootste stuk van de taart’ voor zichzelf te bemachtigen, zonder oog te hebben voor de consequenties voor anderen of voor de consequenties voor de generaties die na ons komen. Wij konden tijdens de lezing de vraag niet bevestigend of ontkennend beantwoorden en zo draag ik deze vraag nog steeds in mij. Ondertussen zijn er prachtige initiatieven van de ‘groten der aarde’, zoals de Paus, de Dalai Lama, Khaled Bentounès, die landen en bevolkingen aansporen om meer te doen aan het samen leven in vrede. Dat is prachtig, maar het vraagt wel een hele grote verandering van ons om hieraan te kunnen beantwoorden.

  1. Krishnamurti benadrukte keer op keer dat als je de samenleving wil veranderen, allereerst moeten onze onderlinge relaties veranderen en dat kan alleen als onze innerlijke houding drastisch verandert. Krishnamurti staat hier niet alleen in. Er zijn vele denkers uit lang vervolgen tijden en meer recent die hun ‘gedachten aan de lucht hebben toevertrouwd en die eens als regen zullen neerdalen’. Eén daarvan, Sri Aurobindo, heeft zijn leven gewerkt aan de ontwikkeling van een ‘nieuw bewustzijn’ dat zijns inziens absoluut noodzakelijk is als wij op een andere manier willen samen leven. De bekende doelen van het menselijke bestaan, zoals materiele rijkdom en welvaart, kunnen dan niet langer het uiteindelijke doel zijn. Het kunnen samen leven in vrede, betekent niet alleen in harmonie leven met je medemens, maar ook in harmonie zijn met het milieu, met de natuur, met de hele aarde alle wezens die daar leven. Daar is een bepaald bewustzijn voor nodig. Lang dachten we dat het met onze huidige staat wel op te lossen is, maar ik denk dat we meer en meer tot de conclusie moeten komen dat dit niet mogelijk is. De tekenen dat we succes hebben bij het oplossen van de problemen, zijn er eigenlijk niet. Integendeel. Misschien een goed moment om het toch eens over een andere boeg te gooien en te kijken wat er nodig is om tot een ‘ander bewustzijn’ te komen.

Het vreemde is echter dat als het gaat om een eigen inspanning, mensen ineens veel minder actief worden. Iit je eigen comfort zone stappen, is niet altijd aangenaam. Toch is het m.i. de enige manier om werkelijk een stap te zetten en altijd weer vraagt dit om inspanning. Zonder inspanning vooruit komen is onmogelijk. De tijd dringt, het Samen Leven in Vrede staat onder druk. Het is een ijdele hoop dat onze politici, de grote ondernemingen en  onderzoeks- en onderwijsinstituten het voor ons gaan oplossen. We moeten klein beginnen en dat is bij ons zelf in onze eigen omgeving. Als we het hier niet voor elkaar krijgen, dan lukt het zeker niet op een grotere schaal. Verandering en groei van ons bewustzijn is de sleutel tot het Samen Leven in Vrede.

Ik ben benieuwd naar jullie reactie. Stuur een mailtje en ik zal het graag beantwoorden.

Heb je belangstelling voor hoe je je eigen geestelijke structuur kunt veranderen, bezoek dan de studiedag ‘De Staten van Hoger Bewustzijn’ op 1 juni in ons Retraitecentrum de Cynham in Egmond aan den Hoef, waar wij dieper op deze materie in zullen gaan. Voor informatie en opgave: klik hier

De Dichter en de Filosoof

Dichters pakken in hun werk de essentie van het leven soms steviger vast dan welke filosoof ook. Niet dat hij er elke keer bewust op aanstuurt, maar een goede dichter weet dat sommige woorden zwaarder zijn dan andere, warmer, alsof ze elektrisch zijn geladen. Zon is zo’n woord, en vuur, het voert te ver om hier heel veel voorbeelden te noemen. Laten we volstaan met twee gedichten over bijen. Want wie  het woord bijen zegt, speelt ook met dynamiet.

De dichter en de filosoof – soms zijn ze één en dezelfde persoon. De filosoof speelt niet met dynamiet: Zijn taal is niet gemaakt voor bepaalde inzichten. Een enkele keer raapt hij al zijn moed bij elkaar engaat over op de poëzie. Dat is een machtig proces, zoals we zagen, bij J.A. Dèr Mouw. Die kon zelfs dichten over de filosofie, of over het filosoferen. Zijn gedachten gaan uit als een zwerm bijen, in alleuithoeken van het universum, en weer terug in de honingraat van zijn ziel kneden ze verzen als honing zo fijn.

Heerlijk, toch?

Klik op de link en lees het gedicht zelf na!

Martinus Nijhoff laat – in zijn beroemde Lied der dwaze bijen – de bijen na hun kosmische tocht omlaag dwarrelen als sneeuwvlokken. Op een goede dag, waren die ook vertrokken, nu gelokt door een raadselachtige geur:

Een geur van hoger honing
verbitterde de bloemen
Een geur van hoger honing
verdreef ons uit de woning

Voor de bijen in dit Lied der dwaze bijen is het een kwestie van leven en dood. De lokroep is te sterk:

Niemand kan van nature
zijn hartstocht onderbreken
Niemand kan van nature
In zijn lijf de dood verduren

En het einde lijkt triest, somber:

Het sneeuwt, wij zijn gestorven
Huiswaarts omlaag gedwereld
Het sneeuwt, wij zijn gestorven
Het sneeuwt tussen de korven

De dichter laat de gestorven bijen spreken! Een filosoof zou dat nooit doen, nooit kunnen. In de poëzie is het normaal, ook al gaat het ieder normaal verstand te boven.

De dichter spreekt net zo goed in waarheden als de filosoof. De hartstocht is waar, net zo waar als een bewolkte hemel, maar vraagt wel een eigen idioom om zich uit te drukken. Het kan zijn dat we aan da tidioom moeten wennen, maar dan zijn we bij Nijhoff in goede handen. Hij geeft ons precies de woorden om dat te doen en laat ons ‘dobberen’ op die woorden totdat we ze kunnen anvaarden.

Dèr Mouw en Nijhoff gebruiken bijen voor wat ze te zeggen hebben. Bijen zijn al eeuwen de poëtische belichaming van het leven. Vergilius gebruikte ze al, en je kunt een prachtige bloemlezing samenstellen over bijen in de poëzie. De arme beestjes kunnen er ook niets aan doen dat ze bij de een het ene aspecten bij de ander een ander aspect van het leven belichamen. Nijhoff kiest voor de loyaliteit van de zwermende bijen aan de koningin en aan het volk – een keuze die ook Vergilius maakte (in een iets andere context) – en een keuze die de dichter van de Prashna Upanishad maakt, als hij de wijze Pippalada laat uitleggen waar de levensessentie gevonden wordt:

Zoals bijen hun koningin volgen wanneer zij uitgaat, terugkeren wanneer zij terugkeert, zo keerden spraak, geest, licht van het oog, gehoor terug.

Zonder leven geen licht in de ogen, zonder koningin geen bijen. Het lijkt heel helder, een waarheid als een open deur, maar het gaat erom dat het woord bijen (met alle afleidingen en variaties) zo’n lading heeft. Niemand weet hoe dat kan, het is een van de mooiste geheimen van de taal. Heel soms zijn we met zijn allen in staat om iets te voelen van die kracht in het woord bij – denk aan de gesprekken die we tegenwoordig allemaal wel eens voeren over het mogelijke verdwijnen van de bijen, de zorg die dan voelbaar wordt, dat is kostbaar. Misschien hebben we allemaal een beetje dichter in ons.

Frank van Dixhoorn

Waar gaat de Bhagavad Gita over? (Deel 1)

In vervolg op mijn voorgaande blogs zou een logische vraag kunnen zijn: Waar gaat die Bhagavad Gita eigenlijk over? Ik hoop dat u begrijpt dat de gehele omvang, inhoud, diepte, van een werk als de Gita niet in één of twee blogs is samen te vatten. Toch zijn er een paar aanwijzingen om in grote lijnen de inhoud weer te geven. Daar zal ik nu in deze en de volgende blog bij stil staan.

Van oude Indiase geschriften wordt gezegd dat het eerste en het laatste woord de sleutel zijn om het betreffende geschrift te openenen. Het eerste woord van de Bhagavad Gita is dharm het laatste woord mama. Dharm, dharma is een veelomvattend begrip in het Sanskriet, maar in dit verband heeft het de betekenis van ‘dat wat gedaan moet worden’. Vaak wordt dit vertaald als plicht, een woord dat vaak een negatieve gevoelswaarde heeft, maar wat hier zeker niet de bedoeling is. Mama is Sanskriet voor ‘mijn’. De Gita heeft zo betrekking op ‘mijn dharma’.

In het tweede hoofdstuk van de Gita geeft Arjuna, als de dialoog met Krishna net van start is gegaan, aan dat hij niet meer weet wat hij moet doen: ‘Mijn eigen natuur (svabhâva) is verduisterd door zelfmedelijden; ik ben verward en weet niet meer wat mijn plicht (dharma) is. Onderricht mij, bid ik U’ (vers 2.7). Deze constatering en vraag van Arjuna vormen de opening van het onderricht dat Krishna hem, en ons, gaat geven.

Op een gegeven moment ontdekte ik dat Arjuna hier in dit vers in de oorspronkelijke taal, het Sanskriet, de omschrijving ‘svabhâva’ gebruikt. Daarvan kwam ik vervolgens de volgende mooie uitleg tegen: “Svabhâva is een samengesteld woord van de wortel bhû, ‘worden’ en sva, ‘zelf’. Letterlijk dus: ‘zelfwording’. De betekenis ervan is dat elk wezen zijn eigen karakteristieke kenmerk tot uitdrukking brengt; zichzelf wordt. Dit kenmerk komt tot stand door handelen en denken, waardoor leven na leven elk wezen een eigen karakter opbouwt, dat van andere wezens verschillend is.” [1] Toen deze betekenis tot mij begon door te dringen, maakte dit grote indruk op mij.  ‘Zelfwording’ komt voort uit de verbinding met je eigen diepere zelf. Wat dient zich in jou aan, wat leeft in je, wat spreekt je aan, waar liggen je mogelijkheden, je talenten. Die basis vormt voor een groot deel datgene wat jou in dit leven te doen staat.

In mijn eigen jeugd en opvoeding lag het accent op ‘plicht’ in de zin dat er iets van mij gevraagd werd wat ik eigenlijk niet wilde, waar ik de zin niet van inzag en wat misschien niet bij mij paste. ‘Zelfwording’ werd niet aangemoedigd. Dat had flinke gevolgen: een beroepsopleiding die niet bij mij paste, talenten die niet ontwikkeld werden en het onvermogen om een passende relatie te kiezen, met een scheiding als gevolg.

En dan komen we bij een aantal begrippen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en regelmatig in de Gita terugkeren. Begrippen die alle drie met ‘sva’ beginnen ‘zelf’,  ‘eigen’, ‘mijn’:

  • sva-bhâva zelf-wording
  • sva-dharma dat wat mij / jou te doen staat
  • sva-karma de activiteiten die bij jouw dharma, jouw svadharma passen

Toen ik deze betekenissen in de Gita las, zat ik midden in een ‘wederopbouwproces’ en vormde dit zeker een bijzondere stimulans om met de studie van juist dit werk door te gaan.

Je eigen svabhâva, svadharma en svakarma volgen houdt niet in dat je alleen maar doet wat ‘leuk’ is. Het is doen wat bij je past. Daar zit een nuanceverschil tussen.

Zoals je bij svabhâva, svadharma en svakarma dingen volgt, ten uitvoering brengt, die je als het ware gegeven zijn of worden,  zo geldt dat ook voor situaties waarin je geplaatst wordt.

Om deze rol zo goed mogelijk te vervullen doet Krishna er alles aan ons aanwijzingen te geven om onze manier van kijken zo breed en precies mogelijk te maken. Dat onderricht duurt 18 hoofdstukken lang en 18 hoofdstukken diep. Want, zoals mij ooit werd voorgehouden: de Gita is geen boek wat je uitleest, je leest het. Aan de hand van toetsing en overweging in het dagelijks leven, dienen zich steeds weer nieuwe zaken aan.

Deel 2 van ‘Waar gaat de Bhagavad Gita over’ volgt binnenkort.

Vragen of opmerkingen? Stuur mij gerust een mailtje: fam.nijs@quicknet.nl

[1] De Bhagavad Gîtâ, het boek van Yoga, Stichting I.S.I.S. Den Haag blz. 100. toelichting bij 5.14.

Het Ennegram en de mantra Om

Het Enneagram is een complex symbool met een grote psychologische en filosofische betekenis. De meeste mensen vinden het niet gemakkelijk om erin door te dringen en contact te maken met de kennis die erin verborgen ligt. Toch is het een groot hulpmiddel om je koers in het leven te vinden en te houden.

Er zit zoveel kennis in het Enneagram dat het onmogelijk is dit in een kort stukje tekst samen te vatten. Eén aspect wil ik wel behandelen: het Enneagram laat ons zien dat we in  ‘verschillende werelden’ kunnen leven, met elk eigen kenmerken (en mogelijkheden en onmogelijkheden).

Het Enneagram is opgebouwd uit een driehoek, een interne zespuntige figuur en een cirkel met negen punten. Samen vormen zij het Enneagram

Als je zo naar het Enneagram kijkt, valt een parallel op met de beschrijving van de meest bekende mantra in de Indiase traditie, de mantra Om. Dit mysterieuze woord laat zich niet gemakkelijk vertalen. Het kent, net als het Enneagram een ongekende diepte.

Er zijn drie belangrijke Upanishads (oude Indiase geschriften) die deze mantra bespreken: de Prashna upanishad, de Mundaka upanishad en de Mandukya upanishad. In ieder van deze upanishads wordt gewezen op de opbouw van de mantra Om, die bestaat uit de klanken A, U en M. Samen vormen zij de mantra Om, die één en ondeelbaar is. De klanken A, U en M corresponderen ook met de verschillende staten van bewustzijn: de wakende staat, de droomstaat en de diepe slaap staat. De letters corresponderen ook met de ‘drie werelden’: de A komt overeen met de fysieke wereld, de U met de mentale of subtiele wereld en de M met de causale wereld.

Wonderlijk is dat wij de wakende staat als de ‘echte’ staat, of de meest belangrijke staat van bewustzijn beschouwen, terwijl, als we kijken naar de evolutie, de evolutie bijzonder zuinig is geweest op de andere staten van bewustzijn. Waarom? Waarom is slaap zo belangrijk en waarom is er in de miljoenen jaren van de evolutie niet een andere oplossing gevonden voor het weer ‘opladen’ die veel minder gevaarlijk is dan slapen. Juist in de slaap ben je kwetsbaar voor roofdieren. Als je wilt overleven in een wereld waar ‘het recht van de sterkste’ geldt, dan zou je toch liever niet willen slapen: veel  te gevaarlijk.

Toch is de natuur heel zuinig geweest op slaap en alle wezens hebben slaap nodig. Studie van het Enneagram laat zien dat de driehoek correspondeert met de wakende slaap, de interne zespuntige figuur met de droomstaat en de cirkel met de diepe slaap staat. In de wakende staat wordt ‘slechts’ een derde (3 van de 9 punten) gebruikt, in de droomstaat zes en in de diepe slaap worden alle negen punten gebruikt. Wat betekent dit? De upanishads leren, bij de behandeling van de mantra Om, dat wij drie bewustzijnsstaten hebben en in drie werelden leven (fysiek, mentaal en causaal) en als die als één en ondeelbaar worden gezien en beleefd, dat we dan ons  volledige leven leiden. Dan kan je alle mogelijkheden die je gegeven zijn, gebruiken. Dan ben je niet meer aan het overleven, maar leef je een volwaardig en betekenisvol leven.

Het Enneagram toont hoe je de drie aspecten tot één geheel kunt smeden, evenals de upanishads dit doen met de bestudering van de mantra Om. Het is niet zo moeilijk om te ontdekken dat het Enneagram en de mantra Om een opvallende gelijkenis met elkaar hebben.

Als je interesse is gewekt om het Enneagram beter te leren kennen en te zien wat het belang hiervan is voor je eigen leven, dan raad ik je aan om je in te schrijven voor onze retraite van 4-10 augustus in het retraitecentrum in Brognon, Noord-Frankrijk. Kijk hier voor meer informatie en opgave.

Als je vragen of opmerkingen hebt, stuur mij dan een mailtje.

Mehdi Jiwa

Twee benaderingen van de Meditatie

Nu meditatie steeds bekender wordt in ons deel van de wereld en steeds meer wordt gewaardeerd, is het misschien goed om even stil te staan bij de verschillende benaderingen of uitgangspunten van de verschillende methodes. Ruwweg kan je stellen dat er twee benaderingen zijn die in verschillende methodes gebruikt worden. Voordat we verder gaan, moeten we ons goed realiseren dat de ene benadering niet beter is dan de andere, maar dat beide hun plaats hebben. Om de twee benaderingen goed te kunnen begrijpen, is het van belang dat we even stil staan bij de verschillende lichamelijke centra die van belang zijn bij de meditatie.

Klassiek zouden we ze als volgt kunnen afbeelden:

Drie centra in ons lichaam zijn van belang: het hoofd, de zetel van onze geest, het hart en een centrum in onze buik/bekken. Daarnaast is er vierde centrum dat afgebeeld kan worden boven het hoofd.

De betekenis van de centra wordt in de grote tradities op verschillende manieren beschreven. Een selectie van de meest voorkomende omschrijvingen is weergegeven in de bovenstaande figuur.

De vraag is nu hoe de meditatie kan worden benaderd. Ruwweg zijn er twee benaderingen: één die vanuit het hoofd (de geest) de meditatie opbouwt en één die vanuit de onderbuik/ bekken de meditatie opbouwt. De methodes die in het Westen gebruikt worden, gaan meestal uit van de eerste benadering: de geest staat centraal en is ‘in de lead’. Het proces  van de meditatie start met het ontspannen van het lichaam en het toezien op de gedachten en gevoelens, gevolgd door het verstillen van de geest en zo door. Tijdens dit proces maak je als vanzelf contact met je diepe ambities, gevoelens, motieven etc. die toegedicht worden aan het hartcentrum. Parallel aan dit proces is het ‘zich openstellen voor het hogere bewustzijn’ waarbij je gevoelig wordt voor de fijne van het bewustzijn die wij kennen als intuïtie en inspiratie. Schematisch kunnen we het als volgt voorstellen:

Hoewel deze benadering aan veel methodes en systemen ten grondslag ligt en in de praktijk goed werkt, kleven er een paar risico’s aan die m.n. in onze huidige tijd aandacht behoeven. Omdat bij deze methode de geest zo’n centrale rol vervult, is het gevaar niet denkbeeldig dat ons ego aan de haal gaat met de meditatie. Gedachten als ‘ik mediteer en ben mij aan het ontwikkelen’,  of ‘ik mediteer en het gaat goed met mij’, etc. komen gemakkelijk op.

De tweede benadering gaat uit van het ‘zich vestigen in de kracht die diep in jezelf aanwezig is’, nl. het ‘diep zitten’. Vanuit de verbinding met deze diepe kracht, wordt het hartcentrum geraakt en vervolgens het hoofd en het hogere bewustzijn. Het begint allemaal met verbinding maken met je diepe, innerlijke fundament. Schematisch kunnen we het als volgt weergeven:

Beide benaderingen hebben hun waarde, maar het is nuttig om ze beide te overwegen in de context van de plaats en tijd waarin wij leven. In een samenleving waarin ons hoofd zo ‘vol’ is, kan het nuttig zijn om meer aandacht te geven aan de benadering van de meditatie die opgebouwd wordt vanuit de innerlijke kracht die diep in ons aanwezig is. Bovendien kan meditatie op zichzelf niet voorkomen dat ons ego groeit en is het daarom wellicht ook verstandig om niet primair vanuit het hoofd te mediteren, maar vanuit de diepe kracht die in ons aanwezig is.

Zie ook de video op YouTube.

Als je vragen of opmerkingen hebt: stuur mij een mailtje:

info@filosofieenmeditatie.nl

Mehdi Jiwa

De Bhagavad Gita in de Mahabharata

In mijn vorige blogs heb ik in grote lijnen iets geschetst over het avontuur dat ik met de Bhagavad Gita door de jaren heen beleefd heb. Voordat ik verder ga wil ik in deze blog in het kort iets over de context van dit geschrift vertellen.

De Bhagavad Gita is oorspronkelijk in het Sanskriet, een oud-Indiase taal, geschreven. Bhagavad Gita betekent letterlijk Het lied van de Heer. De Heer is hier Sri Krishna die in dit gedicht Arjuna onderricht. Heer wordt hier, net als andere woorden waarmee Krishna aangeduid wordt, met een hoofdletter geschreven uit diepe eerbied voor Krishna of dat waar Krishna voor staat.  Voor sommigen geeft dat onaangename associaties met het Christendom, maar daar heb ik geen last van. De Bhagavad Gita wordt ook wel kortweg met Gita aangeduid en dat zal ik ook doen omdat dat het leesgemak ten goede komt. De Gita vormt een onderdeel van het grote Indiase epos de Mahabharata.

De Mahabharata is een z.g. raamvertelling. Dat betekent dat binnen het hoofdverhaal veel andere verhalen worden verteld om bepaalde aspecten te illustreren. Het hoofdverhaal van de Mahabharata begint feitelijk als de aarde de schepper om hulp smeekt omdat ze door demonische krachten overweldigd wordt en dit niet meer dragen kan. De demonische krachten drongen zelfs in de koninklijke lijnen binnen om hun invloed te doen gelden. Daarop vraagt de schepper de goddelijke krachten op de aarde onder de mensen geboren te laten worden om de demonische krachten te verdrijven: Dharma – zo’n Sanskriet begrip waar ik het over had – dat in deze  context wil zeggen:  ‘de eeuwige wet die alle schepselen ondersteunt’ moet hersteld worden[1]. Op dit begrip kom ik in een volgend blog nog zeker terug.

Midden in de Mahabharata vindt dan ook een enorme strijd plaats. En hoe merkwaardig (of toch niet?): net voor de strijd losbarst, op het strijdveld, midden tussen de twee legers in, begint het onderricht waarvan in de Gita verslag wordt gedaan.

De Gita wordt wel de ziel en de Mahabharata, het lichaam van de vertelling, genoemd. Het is voor de bestudering van de Gita niet noodzakelijk eerst de Mahabharata te kennen. Mijn ervaring is wel dat doordat ik vele delen van de Mahabharata ken, de Gita als het ware meer kleur, en ja meer ‘body’ voor mij heeft gekregen.

Over hoe oud de Mahabharata en de Gita precies zijn, zijn de geleerden het niets eens. Over het algemeen gaat men uit van zo’n drie- tot vierduizend jaar.

In ieder geval werd het epos in eerste instantie mondeling overgedragen en pas later opgeschreven. Eerst op palmbladeren, later op papier. De Mahabharata bestond in eerste instantie uit zo’n 20.000 verzen. In de loop der tijd werd het aangevuld. Het totale epos in de meest uitgebreide vorm bestaat uit meer dan 100.000 verzen. De Gita bestaat uit 700 of 701 verzen. Het verschil ontstaat door het wel of niet meetellen van een openingsvers van het dertiende hoofdstuk, waarvan sommigen menen dat het later is toegevoegd. Voor de inhoud maakt dit echter geen verschil.

De verzen van de Gita zijn in telegramstijl geschreven. Waarschijnlijk omdat het zo eenvoudiger was ze uit het hoofd te leren toen ze nog niet opgeschreven werden. Daarbij bevat het Sanskriet-woorden die niet één op één te vertalen zijn naar een andere taal. Het zijn eerder begrippen die in hun context in verschillende werken ook nog van betekenis kunnen verschillen.

Zo. Nu heb ik u misschien wel helemaal ontmoedigd om nog iets met de Gita te ondernemen. Dat is niet de bedoeling en zeker niet nodig.

Het oudste nog beschikbare commentaar op de Gita is van Adi Sankara (788-820), die als de voornaamste verspreider van de Advaita Vedanta, de non-dualistische Vedanta-leer, wordt beschouwd. Daarna zijn er vele commentaren verschenen. Door de Engelse overheersing en de daarmee gepaard gaande invoering van het Engels in India zijn veel vertalingen van de verzen, al dan niet voorzien van commentaar, in het Engels verschenen en soms in het Nederlands vertaald.

In mijn volgende blogs zal ik ook aandacht aan verschillende begrippen en commentaren besteden.

Volgende blog: Het begin van dit onderricht.

Hans Nijs

Vragen of opmerkingen? Stuur mij gerust een mailtje: fam.nijs@quicknet.nl

[1] Een volledige Engelstalige versie van de Mahabharata, die van K.M. Ganguli, is vrij beschikbaar op internet: http://www.sacred-texts.com/hin/maha/. Dit stukje staat beschreven in Boek 1, Adi Parvan, hoofdstuk LXIV.

 Het praktiseren van de Middenweg

Recent spraken we in een studiegroep waar we het Boeddhisme bestudeerde over het belang van de Middenweg. De Middenweg komt al vroeg in de leer van Boeddha voor, maar krijgt over het algemeen maar weinig aandacht. We hebben er lang over gesproken, maar ik denk toch dat nuttig is om deze blog aan dit belangrijke onderwerp te wijden.

Helder is dat de Middenweg meer is dan een zet leefregels die er voor zorgen dat je niet te veel of te weinig doet, maar het midden houdt. Op zich natuurlijk een nuttige discipline, maar de Middenweg gaat veel verder dan het aanleren van een bepaald gedrag. De Middenweg is ‘de Weg’. Als we dieper willen doordringen in wat de Middenweg nu werkelijk is, dan wordt het moeilijk.

De Middenweg is een manier van leven, een manier van ‘zijn’. In het ‘gewone’ leven stellen we onszelf meestal centraal: wij bekijken en beoordelen de dingen, personen en situaties die ons omringen. Wij vinden ze belangrijk of minder belangrijk, mooi of minder mooi, nuttig of minder nuttig en het referentiepunt dat bepaalt of het belangrijk, mooi of nuttig is, zijn wijzelf.

De Middenweg verwijst naar een geheel andere levenswijze. Niet wij zijn het referentiepunt, noch zijn wij het die bepalen of iets belangrijk, mooi of nuttig is. Alles in de schepping heeft zijn plaats en wij zijn een integraal onderdeel van deze harmonie. De Middenweg kan dus gezien worden als een manier van leven in harmonie met… Met wat dan? Met je omgeving, je cultuur, de schepping, jezelf etc.

Om de Middenweg beter te gaan begrijpen, kunnen we ons licht opsteken bij de stroming die de Weg tot het centrale thema heeft gemaakt: het Taoïsme. Het eerste vers uit de Tau-Te-Tsjing is een fundamenteel vers:

De Weg die als ware Weg kan gelden is geenszins een bestendige weg.
De termen die als ware termen kunnen gelden, zijn geenszins bestendige termen.
De term Niet-zijn duidt aan het begin van hemel en aarde;
De term Zijn duidt aan de moeder der tienduizend dingen.
Immers, het is door de bestendige wisselwerking tussen Niet-zijn en Zijn dat men van het één het wonder en van het ander de grenzen zal zien[1].

Over de Middenweg kan gezegd worden dat de Middenweg niet gezien kan worden, want hij heeft geen vorm; hij kan niet gehoord worden, want wat gehoord wordt is hij niet; er kan niet over gesproken worden, want wat gezegd wordt, is hij niet.

Als we ernaar kijken, zien wij hem niet; als wij ernaar luisteren, horen wij hem niet, maar als wij hem leven is hij onuitputtelijk!

De Middenweg is niet een ‘doen’, maar een ‘zijn’. Als onze innerlijke staat verandert, verandert de wereld om ons heen: binnen en buiten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Middenweg toont dit overduidelijk.

De Zenmeester Dogen Kigen (1200-1253) verwoordde het in zijn Genjo koan als volgt: ‘Er op uitgaan en alle dingen bevestigen met het eigen zelf is misleiding; wanneer alle dingen naar voren komen en we door hen bevestigd worden is dat verlichting’.

De Middenweg is een harmonie waar wijzelf zowel als alle fenomenen die ons omringen deel van uitmaken, of misschien nog beter gezegd, in opgaan. Omdat het hier over harmonie gaat, is het niet verwonderlijk dat de wereld van de muziek ons veel kan leren over de Middenweg. Het (leren) luisteren naar muziek die de geest verstilt en in een spiegelende, meditatieve staat brengt is een groot hulpmiddel om in verbinding te komen met de mysterieuze en zeer diepe Middenweg.

Hierbij een klein raadseltje:
Als je de Middenweg zoekt in de wereld, zal je hem niet vinden. Hij is dunner dan een haar.
Als je op de Middenweg zit, is hij zo breed als je maar kunt kijken in de zes richtingen.

Hoe het ook is, weet dat muziek één van de poorten van de Middenweg is. Luister naar de muziek, laat de geest stil worden, spiegel en schouw diep. Dit is een veilige methode.

Mehdi Jiwa

Wil je reageren? Stuur dan een mailtje.

[1] Tau-Te Tsjing. Het boek van weg en deugd, vertaald door Dr. J.J.L. Duyvendak, Van Loghum Slaterus – Arnhem, 1950

Mijn avontuur met de Bhagavad Gita (vervolg)

Bijna zes jaar geleden begon ik in Amstelveen studiebijeenkomsten van de leerweg te begeleiden. (Ook hier beginnen we met de cirkel van de drie werelden! – zie mijn vorige blog-) Dat heb ik vijf jaar lang met veel enthousiasme gedaan. Elke bijeenkomst wordt afgesloten met een observatieopdracht voor de daaropvolgende week. Het regelmatig samenkomen, studeren, delen van ervaringen, wat ook wel een ‘satsang’ genoemd wordt, geeft bijzondere kracht en inspiratie.

Gedurende zo’n jaar of dertig, verzorgde Mehdi Jiwa, eerst bij hem thuis later in het studiecentrum aan de Koningslaan te Amstelveen iedere vrijdagavond studieavonden Bhagavad Gita. De laatste 10 jaar heb ik vrijwel iedere avond bijgewoond en wanneer Mehdi verhinderd was zat ik de avond voor. Per 1 januari 2018 zijn we daarmee gestopt. Dat viel, wellicht niet toevallig, samen met een gevoel dat het tijd was voor meer vernieuwingen binnen de Stichting Filosofie en Meditatie. Op de een of andere manier voelden de bijeenkomsten niet meer goed. Er was een kleine groep die vrijwel altijd kwam, geen nieuwe instroom en er was weinig  levendige uitwisseling. Het was blijkbaar tijd voor een nieuwe aanpak.

De Bhagavad Gita was en is mijn passie, dus het boek sluiten en iets nieuws beginnen zat er voor mij niet in. Er moest so wie so een vervolg komen. Maar hoe dan? Het waarom en hoe dan heeft mij vervolgens negen maanden bezig gehouden.

De ‘periferie van het krachtveld’, waar we het in de organisatie wel over hebben, en dat zoveel wil zeggen als signalen die zich voordoen die een voornemen ineens lijken te ondersteunen, heeft mij daar zeker bij geholpen. Zo gaf de leerweg-groep die ik begeleidde begin vorig jaar aan te weinig feeling met de teksten van de Upanishads te hebben waar we als onderdeel van de leerweg mee begonnen waren. De vraag die oprees was of ik hen tot de zomer mee wilde nemen in dat wat de Bhagavad Gita te vertellen had. Met het accent op de praktische aspecten. Ik moest even slikken omdat we niet verder gingen met de Upanishads maar door zo met de Bhagavad Gita aan de slag te gaan kreeg ik de mogelijkheid te experimenteren met een nieuw vorm in het gezamenlijk bestuderen van dit werk. We hebben ons geconcentreerd op een heel praktisch deel van de Bhagavad Gita, de ‘karma yoga’, de weg van handeling.

Of dit nog niet genoeg was, hadden we tijdens de daaropvolgende zomer in Brognon enkele weken (waar ik bij aanwezig was) als thema de ‘Wet van het Octaaf’, een thema dat veel parallellen heeft met ‘karma yoga’. De ‘periferie van het krachtveld’ deed zich duidelijk gelden!

Ondertussen had ik na kunnen denken over een nieuwe vorm voor de studieavonden Bhagavad Gita op vrijdagavond: minder vrijblijvend, geen ‘vrije inloop’ maar intekenen voor een reeks avonden,, elke bijeenkomst afsluiten met een uitnodiging tot observaties in het dagelijks leven waarvan de ervaringen dan aan het begin van de volgende bijeenkomst gedeeld worden zoals dat bij de bijeenkomsten van o.a. de leerweg ook gebeurt.

Eind september 2018 kon gestart worden met een enthousiaste groep van in totaal 8 personen die intekenden voor een reeks van 9 vrijdagavonden. Elke avond bespraken we na een korte inleiding een aantal aspecten van de ‘karma-yoga’: Wat verstaan we onder karma en wat onder yoga en hoe komt ‘karma yoga’ tot stand? Een aantal belangrijke begrippen: dharma, svabhava, svadharma, svakarma, de rol van de buddhi (het onderscheidingsvermogen) en de hoogste vorm van handeling  (het offer). In het verleden liet ik mij bij de voorbereiding van de bijeenkomsten voornamelijk leiden door wat er in de vele commentaren werd gezegd. Nu ging dat wat er bij mij en de deelnemers opkwam een belangrijke rol spelen. Een verrassende ervaring in deze fase van dit avontuur. Steeds weer lijken er nieuwe aspecten op te duiken. Hoe zo’n duizenden jaren oude tekst feilloos aansluit bij de beleving in deze tijd en ons steeds weer weet te inspireren!

De studiegroep is in januari verder gegaan voor tenminste vijf bijeenkomsten, waarna er nog een serie volgt.

De sadhanaweek die dit jaar in juni staat gepland en waarvoor ik de ochtend en avondstudies voorbereid, komt in het verlengde van dit avontuur met de Bhagavad Gita te staan. Het themais: ‘Het dagelijks leven als weg van zelfontwikkeling’. Het bijzondere van dergelijke weken is dat door een week lang in een fijne sfeer en omgeving met elkaar te studeren en te praktiseren er haast vanzelf een vorm van verdieping en verfijning optreedt. Meer details over deze week vindt u als u hier klikt.

En natuurlijk, na de zomer, in september, krijgt het avontuur weer een verder vervolg!

Ik hoop u in de nabije toekomst met af en toe een blog verder verslag te doen van mijn avontuur met de Bhagavad Gita, waarbij het accent meer op de inhoud van deze bijzondere tekst zal komen te liggen.

Hans Nijs